BWBR0053133
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling NBS Living Labs
1. Onverminderd de in artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:
a. de te verlenen subsidie voor een kennisproject minder bedraagt dan € 150.000,–;
b. er voor hetzelfde kennisproject al een aanvraag is toegekend;
c. de aanvraag ziet op een kennisproject met betrekking tot een ander landschapstype dan bedoeld in artikel 1;
d. de aanvraag ziet op een kennisproject met betrekking tot een landschapstype waarvoor al twee aanvragen zijn toegekend in dezelfde aanvraagronde;
e. de aanvrager over onvoldoende kennis of ervaring beschikt om het kennisproject uit te kunnen voeren;
f. als het kennisproject geheel of gedeeltelijk zal worden uitgevoerd door een buitenlandse onderneming of kennisinstelling, onvoldoende onderbouwd is dat die partij een substantiële vestiging heeft;
g. de aanvraag van onvoldoende kwaliteit is, onder meer wat betreft de planning en aanpak van het kennisproject;
h. het kennisproject onvoldoende bijdraagt aan de opbouw van relevante kennis of ervaring over NBS;
i. de kans klein is dat de NBS waarop het kennisproject betrekking heeft, toegepast zal worden in een living lab;
j. sprake is van ongeoorloofde cumulatie van staatssteun als bedoeld in artikel 8 van de AGVV;
k. sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de AGVV;
l. de werkzaamheden aan het kennisproject reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van dat kennisproject is ingediend; of
m. de financiering van het kennisproject niet aantoonbaar sluitend is.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, is de volgorde van binnenkomst van de aanvragen bepalend. Op de dag dat meer dan twee aanvragen voor een kennisproject met betrekking tot hetzelfde landschapstype worden ingediend, bepaalt de minister de onderlinge afhandelvolgorde van die aanvragen door middel van loting.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, is bij een aanvraag voor een kennisproject met betrekking tot meerdere landschapstypen het dominante landschapstype bepalend.
a. de te verlenen subsidie voor een kennisproject minder bedraagt dan € 150.000,–;
b. er voor hetzelfde kennisproject al een aanvraag is toegekend;
c. de aanvraag ziet op een kennisproject met betrekking tot een ander landschapstype dan bedoeld in artikel 1;
d. de aanvraag ziet op een kennisproject met betrekking tot een landschapstype waarvoor al twee aanvragen zijn toegekend in dezelfde aanvraagronde;
e. de aanvrager over onvoldoende kennis of ervaring beschikt om het kennisproject uit te kunnen voeren;
f. als het kennisproject geheel of gedeeltelijk zal worden uitgevoerd door een buitenlandse onderneming of kennisinstelling, onvoldoende onderbouwd is dat die partij een substantiële vestiging heeft;
g. de aanvraag van onvoldoende kwaliteit is, onder meer wat betreft de planning en aanpak van het kennisproject;
h. het kennisproject onvoldoende bijdraagt aan de opbouw van relevante kennis of ervaring over NBS;
i. de kans klein is dat de NBS waarop het kennisproject betrekking heeft, toegepast zal worden in een living lab;
j. sprake is van ongeoorloofde cumulatie van staatssteun als bedoeld in artikel 8 van de AGVV;
k. sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de AGVV;
l. de werkzaamheden aan het kennisproject reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van dat kennisproject is ingediend; of
m. de financiering van het kennisproject niet aantoonbaar sluitend is.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, is de volgorde van binnenkomst van de aanvragen bepalend. Op de dag dat meer dan twee aanvragen voor een kennisproject met betrekking tot hetzelfde landschapstype worden ingediend, bepaalt de minister de onderlinge afhandelvolgorde van die aanvragen door middel van loting.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, is bij een aanvraag voor een kennisproject met betrekking tot meerdere landschapstypen het dominante landschapstype bepalend.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053133
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl