BWBR0053133
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 1
Tijdelijke subsidieregeling NBS Living Labs
In deze regeling wordt verstaan onder:
– aanvrager: onderneming, overige partij of kennisteam;
– AGVV: Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit;
– experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV, waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten;
– industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de AGVV, waarbij sprake is van planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren;
– Kaderbesluit:Kaderbesluit subsidies I en M;
– kennisproject: een project gericht op het beantwoorden van een of meer kennisvragen over de inzet van een of meer NBS in een living lab, bestaande uit een of meer van de volgende soorten activiteiten: a. industrieel onderzoek door een onderneming;
b. experimentele ontwikkeling door een onderneming;
c. niet-economische activiteiten door een overige partij, waaronder onafhankelijk industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie;
a. industrieel onderzoek door een onderneming;
b. experimentele ontwikkeling door een onderneming;
c. niet-economische activiteiten door een overige partij, waaronder onafhankelijk industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie;
– kennisteam: een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit, bestaande uit ondernemingen, overige partijen of een combinatie daarvan;
– kennisvraag: een vraag over de ontwikkeling, het ontwerp of de toepassing van een NBS;
– landschapstype: de landschapstypen laagveengebied, kustgebieden, hoge zandgronden, bebouwd gebied, kust en rivieren, grote meren of overgangswateren;
– living lab: een fysiek gebied waarbinnen een urgente of complexe ruimtelijke of maatschappelijke opgave speelt waarbij een NBS kan worden ingezet;
– minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
– NBS: nature based solution(s), maatregel of maatregelen die gericht zijn op het beschermen, duurzaam beheren, ontwikkelen en herstellen van natuurlijke en veranderde ecosystemen, en die zo, op een effectieve en dynamische manier, ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen aanpakken ten bate van mens en natuur;
– NBS-team: een consortium, bestaande uit in elk geval een privaatrechtelijke en een publiekrechtelijke rechtspersoon, dat de optie verkent om een NBS in te zetten in een living lab;
– O&O&I-steunkader: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414);
– onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die binnen het kennisproject een economische activiteit uitoefent, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon;
– onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder ff, van het O&O&I-steunkader, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon;
– overige partij: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die binnen het kennisproject uitsluitend een of meerdere niet-economische activiteiten uitoefent, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon
– penvoerder: de door een kennisteam aangewezen natuurlijk persoon of rechtspersoon die als gemachtigde van het kennisteam optreedt en deel uitmaakt van het kennisteam;
– publiekrechtelijke rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van onder a, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek opgenomen bekostigde instellingen voor hoger onderwijs;
– substantiële vestiging: vestiging in Nederland van waaruit duurzaam kan worden deelgenomen aan het economische leven in Nederland.
– aanvrager: onderneming, overige partij of kennisteam;
– AGVV: Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit;
– experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV, waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten;
– industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de AGVV, waarbij sprake is van planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren;
– Kaderbesluit:Kaderbesluit subsidies I en M;
– kennisproject: een project gericht op het beantwoorden van een of meer kennisvragen over de inzet van een of meer NBS in een living lab, bestaande uit een of meer van de volgende soorten activiteiten: a. industrieel onderzoek door een onderneming;
b. experimentele ontwikkeling door een onderneming;
c. niet-economische activiteiten door een overige partij, waaronder onafhankelijk industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie;
a. industrieel onderzoek door een onderneming;
b. experimentele ontwikkeling door een onderneming;
c. niet-economische activiteiten door een overige partij, waaronder onafhankelijk industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie;
– kennisteam: een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit, bestaande uit ondernemingen, overige partijen of een combinatie daarvan;
– kennisvraag: een vraag over de ontwikkeling, het ontwerp of de toepassing van een NBS;
– landschapstype: de landschapstypen laagveengebied, kustgebieden, hoge zandgronden, bebouwd gebied, kust en rivieren, grote meren of overgangswateren;
– living lab: een fysiek gebied waarbinnen een urgente of complexe ruimtelijke of maatschappelijke opgave speelt waarbij een NBS kan worden ingezet;
– minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
– NBS: nature based solution(s), maatregel of maatregelen die gericht zijn op het beschermen, duurzaam beheren, ontwikkelen en herstellen van natuurlijke en veranderde ecosystemen, en die zo, op een effectieve en dynamische manier, ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen aanpakken ten bate van mens en natuur;
– NBS-team: een consortium, bestaande uit in elk geval een privaatrechtelijke en een publiekrechtelijke rechtspersoon, dat de optie verkent om een NBS in te zetten in een living lab;
– O&O&I-steunkader: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414);
– onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die binnen het kennisproject een economische activiteit uitoefent, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon;
– onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder ff, van het O&O&I-steunkader, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon;
– overige partij: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die binnen het kennisproject uitsluitend een of meerdere niet-economische activiteiten uitoefent, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon
– penvoerder: de door een kennisteam aangewezen natuurlijk persoon of rechtspersoon die als gemachtigde van het kennisteam optreedt en deel uitmaakt van het kennisteam;
– publiekrechtelijke rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van onder a, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek opgenomen bekostigde instellingen voor hoger onderwijs;
– substantiële vestiging: vestiging in Nederland van waaruit duurzaam kan worden deelgenomen aan het economische leven in Nederland.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053133
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl