BWBR0053096
Geldig vanaf 12-09-2026
Artikel 2.4
Regeling Open oproep Cultuureducatie en digitale technologie
1. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. inhoudelijke kwaliteit: Het Fonds toetst de inhoudelijke kwaliteit op hoe de inhoud van het plan zich richt op het doel van deze open oproep. Daarnaast beoordeelt het Fonds in hoeverre de activiteiten bijdragen aan zowel ethische, inclusieve, veilige als duurzame vormen van cultuureducatie en digitale technologie. Onder deze vier aspecten wordt verstaan dat in het project sprake is van: i. een bewuste en verantwoorde omgang met digitale technologie en de effecten daarvan (ethisch);
ii. toegankelijkheid voor alle doelgroepen en herkenbare vertegenwoordiging van diverse perspectieven (inclusief);
iii. een vertrouwde en verantwoorde leeromgeving, zowel sociaal als digitaal (veilig); en
iv. een gerichtheid op langdurig effect en een verantwoord gebruik van middelen (duurzaam).
i. een bewuste en verantwoorde omgang met digitale technologie en de effecten daarvan (ethisch);
ii. toegankelijkheid voor alle doelgroepen en herkenbare vertegenwoordiging van diverse perspectieven (inclusief);
iii. een vertrouwde en verantwoorde leeromgeving, zowel sociaal als digitaal (veilig); en
iv. een gerichtheid op langdurig effect en een verantwoord gebruik van middelen (duurzaam).
b. organisatorische kwaliteit: Bij de beoordeling van de organisatorische kwaliteit beoordeelt het Fonds i. of de aanvraag een plan van aanpak bevat waaruit blijkt hoe de projectdoelstelling(en) worden gerealiseerd.
ii. of de samenwerkingspartners een samenwerkingsverband hebben gevormd met voldoende slagkracht om het project uit te voeren.
iii. hoe de uitvoering van het project wordt gemonitord en geëvalueerd.
iv. of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is, en of deze goed aansluit bij de geplande activiteiten.
i. of de aanvraag een plan van aanpak bevat waaruit blijkt hoe de projectdoelstelling(en) worden gerealiseerd.
ii. of de samenwerkingspartners een samenwerkingsverband hebben gevormd met voldoende slagkracht om het project uit te voeren.
iii. hoe de uitvoering van het project wordt gemonitord en geëvalueerd.
iv. of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is, en of deze goed aansluit bij de geplande activiteiten.
2. De aanvraag moet op beide beoordelingscriteria voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen.
a. inhoudelijke kwaliteit: Het Fonds toetst de inhoudelijke kwaliteit op hoe de inhoud van het plan zich richt op het doel van deze open oproep. Daarnaast beoordeelt het Fonds in hoeverre de activiteiten bijdragen aan zowel ethische, inclusieve, veilige als duurzame vormen van cultuureducatie en digitale technologie. Onder deze vier aspecten wordt verstaan dat in het project sprake is van: i. een bewuste en verantwoorde omgang met digitale technologie en de effecten daarvan (ethisch);
ii. toegankelijkheid voor alle doelgroepen en herkenbare vertegenwoordiging van diverse perspectieven (inclusief);
iii. een vertrouwde en verantwoorde leeromgeving, zowel sociaal als digitaal (veilig); en
iv. een gerichtheid op langdurig effect en een verantwoord gebruik van middelen (duurzaam).
i. een bewuste en verantwoorde omgang met digitale technologie en de effecten daarvan (ethisch);
ii. toegankelijkheid voor alle doelgroepen en herkenbare vertegenwoordiging van diverse perspectieven (inclusief);
iii. een vertrouwde en verantwoorde leeromgeving, zowel sociaal als digitaal (veilig); en
iv. een gerichtheid op langdurig effect en een verantwoord gebruik van middelen (duurzaam).
b. organisatorische kwaliteit: Bij de beoordeling van de organisatorische kwaliteit beoordeelt het Fonds i. of de aanvraag een plan van aanpak bevat waaruit blijkt hoe de projectdoelstelling(en) worden gerealiseerd.
ii. of de samenwerkingspartners een samenwerkingsverband hebben gevormd met voldoende slagkracht om het project uit te voeren.
iii. hoe de uitvoering van het project wordt gemonitord en geëvalueerd.
iv. of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is, en of deze goed aansluit bij de geplande activiteiten.
i. of de aanvraag een plan van aanpak bevat waaruit blijkt hoe de projectdoelstelling(en) worden gerealiseerd.
ii. of de samenwerkingspartners een samenwerkingsverband hebben gevormd met voldoende slagkracht om het project uit te voeren.
iii. hoe de uitvoering van het project wordt gemonitord en geëvalueerd.
iv. of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is, en of deze goed aansluit bij de geplande activiteiten.
2. De aanvraag moet op beide beoordelingscriteria voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen.
- Citeren als
- Art. 2.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053096
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl