BWBR0053096
Geldig vanaf 12-09-2026
Artikel 1.5
Regeling Open oproep Cultuureducatie en digitale technologie
1. Alleen kosten die direct verband houden met de activiteiten of het project komen in aanmerking voor subsidiëring.
2. Naast de in lid 1 genoemde kosten kan op grond van deze regeling ook subsidie worden verleend aan of voor:
a. materiële investeringskosten met een maximale hoogte van 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag voor aanvragers in het Europees deel van Nederland en 20% voor aanvragers in het Caribisch deel van het Koninkrijk van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
b. kosten voor het omwisselen van valuta die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project door aanvragers die gevestigd zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk;
c. kosten voor fondsenwerving met een maximale hoogte van 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
d. vertaalkosten die de subsidieaanvrager heeft gemaakt voor het opstellen van de aanvraag tot maximaal 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
e. vacatiegelden voor de leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders; en
f. kosten voor deelname aan het kennisdelingstraject zoals bedoeld in artikel 1.8.
3. Op grond van deze regeling kan geen subsidie worden verleend aan of voor:
a. een onvoorziene kostenpost op de begroting;
b. kosten voor leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders die uitvoerend betrokken zijn bij de activiteit of het project.
4. Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
a. aantoont dat er een begrotingstekort is en dat ondersteuning van het Fonds nodig is voor een sluitende begroting;
b. aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
2. Naast de in lid 1 genoemde kosten kan op grond van deze regeling ook subsidie worden verleend aan of voor:
a. materiële investeringskosten met een maximale hoogte van 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag voor aanvragers in het Europees deel van Nederland en 20% voor aanvragers in het Caribisch deel van het Koninkrijk van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
b. kosten voor het omwisselen van valuta die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project door aanvragers die gevestigd zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk;
c. kosten voor fondsenwerving met een maximale hoogte van 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
d. vertaalkosten die de subsidieaanvrager heeft gemaakt voor het opstellen van de aanvraag tot maximaal 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
e. vacatiegelden voor de leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders; en
f. kosten voor deelname aan het kennisdelingstraject zoals bedoeld in artikel 1.8.
3. Op grond van deze regeling kan geen subsidie worden verleend aan of voor:
a. een onvoorziene kostenpost op de begroting;
b. kosten voor leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders die uitvoerend betrokken zijn bij de activiteit of het project.
4. Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
a. aantoont dat er een begrotingstekort is en dat ondersteuning van het Fonds nodig is voor een sluitende begroting;
b. aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
- Citeren als
- Art. 1.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053096
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl