BWBR0052364
Geldig vanaf 01-08-2025
Artikel 8.3
Huishoudelijk reglement NRO 2025
1. De Prowo kan, al dan niet gezamenlijk met andere organen, een programmacommissie instellen die wordt belast met de uitvoering van programma-activiteiten. Deze commissie functioneert onder de verantwoordelijkheid van de Prowo.
2. Een programmacommissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke begeleiding en wetenschappelijke coördinatie van een onderzoeksprogramma.
3. De Prowo, dan wel de instellende organen, kunnen aan een programmacommissie beslissingsbevoegdheid mandateren en met betrekking tot de uitoefening van deze bevoegdheid nadere richtlijnen uitvaardigen.
4. Een besluit tot instelling van een programmacommissie regelt de samenstelling, de taak, de werkwijze en de duur van deze commissie alsmede de omvang van de eventueel toegekende beslissingsbevoegdheid door de Prowo. Een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.1 en 8.2 van het Bestuursreglement.
5. Een commissie heeft een tripartiete samenstelling, waarin onderwijsveld, onderwijsbeleid en wetenschap zijn vertegenwoordigd.
6. Artikel 3.4 van dit huishoudelijk reglement is van overeenkomstige toepassing op de leden van een commissie als genoemd in het eerste lid.
7. Een programmacommissie kan ook optreden als beoordelingscommissie, zoals bedoeld in artikel 7.1 van dit huishoudelijk reglement, voor de aanvragen die in het kader van het programma worden ingediend, tenzij zij beslissingsbevoegdheid heeft. In dat geval worden de aanvragen beoordeeld door de Prowo.
8. Een programmacommissie vergadert zo dikwijls als zij dit wenselijk acht, doch tenminste tweemaal per jaar.
9. De directeur van het NRO voorziet in het secretariaat van de programmacommissie.
10. Alle correspondentie, waaronder niet begrepen besluiten, van een programmacommissie wordt ondertekend door de secretaris van de programmacommissie.
2. Een programmacommissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke begeleiding en wetenschappelijke coördinatie van een onderzoeksprogramma.
3. De Prowo, dan wel de instellende organen, kunnen aan een programmacommissie beslissingsbevoegdheid mandateren en met betrekking tot de uitoefening van deze bevoegdheid nadere richtlijnen uitvaardigen.
4. Een besluit tot instelling van een programmacommissie regelt de samenstelling, de taak, de werkwijze en de duur van deze commissie alsmede de omvang van de eventueel toegekende beslissingsbevoegdheid door de Prowo. Een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.1 en 8.2 van het Bestuursreglement.
5. Een commissie heeft een tripartiete samenstelling, waarin onderwijsveld, onderwijsbeleid en wetenschap zijn vertegenwoordigd.
6. Artikel 3.4 van dit huishoudelijk reglement is van overeenkomstige toepassing op de leden van een commissie als genoemd in het eerste lid.
7. Een programmacommissie kan ook optreden als beoordelingscommissie, zoals bedoeld in artikel 7.1 van dit huishoudelijk reglement, voor de aanvragen die in het kader van het programma worden ingediend, tenzij zij beslissingsbevoegdheid heeft. In dat geval worden de aanvragen beoordeeld door de Prowo.
8. Een programmacommissie vergadert zo dikwijls als zij dit wenselijk acht, doch tenminste tweemaal per jaar.
9. De directeur van het NRO voorziet in het secretariaat van de programmacommissie.
10. Alle correspondentie, waaronder niet begrepen besluiten, van een programmacommissie wordt ondertekend door de secretaris van de programmacommissie.
- Citeren als
- Art. 8.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052364
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl