BWBR0052188
Geldig vanaf 23-12-2025
Artikel 6
Statuten Nederlands Fonds voor Podiumkunsten
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
2. Het bestuur kan zich bij besluitvorming over aanvragen laten adviseren door een of meerdere adviescolleges. De adviseurs worden benoemd en ontslagen door het bestuur op basis van een door het bestuur opgestelde profielschets.
3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.
4. Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgaven van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
5. Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
b. een voortschrijdend meerjaren beleidsplan;
c. een adequaat planning- en controlesysteem;
d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen.
6. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders is (zijn) de overblijvende bestuurder(s) met het gehele bestuur belast.
In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder wordt de stichting tijdelijk bestuurd door een persoon die daartoe door de raad van toezicht steeds moet zijn aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier (4) weken tot een zodanige aanwijzing over, dan kan (zolang de raad van toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de Minister, al dan niet op verzoek van één (1) of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen is belast.
Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven (7) dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
b. de bestuurder is geschorst.
2. Het bestuur kan zich bij besluitvorming over aanvragen laten adviseren door een of meerdere adviescolleges. De adviseurs worden benoemd en ontslagen door het bestuur op basis van een door het bestuur opgestelde profielschets.
3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.
4. Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgaven van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
5. Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
b. een voortschrijdend meerjaren beleidsplan;
c. een adequaat planning- en controlesysteem;
d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen.
6. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders is (zijn) de overblijvende bestuurder(s) met het gehele bestuur belast.
In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder wordt de stichting tijdelijk bestuurd door een persoon die daartoe door de raad van toezicht steeds moet zijn aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier (4) weken tot een zodanige aanwijzing over, dan kan (zolang de raad van toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de Minister, al dan niet op verzoek van één (1) of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen is belast.
Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven (7) dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
b. de bestuurder is geschorst.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052188
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl