BWBR0052188
Geldig vanaf 23-12-2025
Artikel 11
Statuten Nederlands Fonds voor Podiumkunsten
1. De stichting heeft een raad van toezicht, bestaande uit een door de Minister vast te stellen aantal van ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
2. De raad van toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de raad van toezicht. Deze profielschets vermeldt dat een voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting gedurende vier (4) jaren na diens defungeren geen deel mag uitmaken van de raad van toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de raad van toezicht en de Minister maar in ieder geval wanneer een vacature vervuld dient te worden.
3. Leden van de raad van toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen directeur of bestuurder zijn van, of lid van de raad van toezicht, of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode.
4. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.
5. De Minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de leden van de raad van toezicht. De Minister benoemt de voorzitter van de raad van toezicht in functie. Leden van de raad van toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Minister.
6. Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier (4) jaren en treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. De raad van toezicht is bevoegd zodanig rooster te wijzigen. Vaststelling van of wijziging in zodanig rooster kan niet meebrengen dat een zittend lid van de raad van toezicht tegen zijn wil defungeert voordat de termijn waarvoor hij is benoemd, verstreken is. Een volgens het rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk doch ten hoogste éénmaal herbenoembaar.
7. Een lid van de raad van toezicht defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of indien hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het in het zesde lid bedoelde rooster;
e. door zijn ontslag, verleend door de Minister;
f. door het aanvaarden van een benoeming tot bestuurder van de stichting;
g. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
h. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting, voor welke benoeming door de Minister geen ontheffing is verleend.
8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht zijn de overblijvende leden van de raad van toezicht met het toezicht belast.
In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht treedt het bestuur zo spoedig mogelijk in overleg met de Minister dien ten minste drie en ten hoogste zeven tijdelijke, dan wel nieuwe leden van de raad van toezicht aanstelt.
Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat het lid van de raad van toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
9. De leden van de raad van toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Kosten worden aan de leden van de raad van toezicht op vertoon van de bewijsstukken vergoed. Zij ontvangen wel een niet bovenmatige vergadervergoeding (vacatiegeld), welke wordt vastgesteld door de raad van toezicht.
2. De raad van toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de raad van toezicht. Deze profielschets vermeldt dat een voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting gedurende vier (4) jaren na diens defungeren geen deel mag uitmaken van de raad van toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de raad van toezicht en de Minister maar in ieder geval wanneer een vacature vervuld dient te worden.
3. Leden van de raad van toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen directeur of bestuurder zijn van, of lid van de raad van toezicht, of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode.
4. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.
5. De Minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de leden van de raad van toezicht. De Minister benoemt de voorzitter van de raad van toezicht in functie. Leden van de raad van toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Minister.
6. Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier (4) jaren en treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. De raad van toezicht is bevoegd zodanig rooster te wijzigen. Vaststelling van of wijziging in zodanig rooster kan niet meebrengen dat een zittend lid van de raad van toezicht tegen zijn wil defungeert voordat de termijn waarvoor hij is benoemd, verstreken is. Een volgens het rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk doch ten hoogste éénmaal herbenoembaar.
7. Een lid van de raad van toezicht defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of indien hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het in het zesde lid bedoelde rooster;
e. door zijn ontslag, verleend door de Minister;
f. door het aanvaarden van een benoeming tot bestuurder van de stichting;
g. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
h. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting, voor welke benoeming door de Minister geen ontheffing is verleend.
8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht zijn de overblijvende leden van de raad van toezicht met het toezicht belast.
In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht treedt het bestuur zo spoedig mogelijk in overleg met de Minister dien ten minste drie en ten hoogste zeven tijdelijke, dan wel nieuwe leden van de raad van toezicht aanstelt.
Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat het lid van de raad van toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
9. De leden van de raad van toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Kosten worden aan de leden van de raad van toezicht op vertoon van de bewijsstukken vergoed. Zij ontvangen wel een niet bovenmatige vergadervergoeding (vacatiegeld), welke wordt vastgesteld door de raad van toezicht.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052188
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl