BWBR0052188
Geldig vanaf 23-12-2025
Artikel 5
Statuten Nederlands Fonds voor Podiumkunsten
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen.
2. De raad van toezicht stelt een profielschets op voor de omvang van en samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurders, en legt deze ter goedkeuring voor aan de Minister.
3. De functie van bestuurder is, behoudens ontheffing door de raad van toezicht, onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de raad van toezicht van instellingen op het gebied van de podiumkunsten, met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
4. De bestuurders worden, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, op voordracht van de raad van toezicht benoemd door de Minister.
5. Iedere bestuurder kan, te allen tijde door de Minister worden geschorst en ontslagen.
6. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van maximaal tien jaar. De eerste benoeming van een bestuurder betreft een tijd van ten hoogste vijf jaren. Bestuurders treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar tot het maximum van tien jaar is bereikt.
7. Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door zijn aftreden, al dan niet door het volbrengen van het in het zesde lid bedoelde rooster;
e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. door zijn ontslag, verleend door de Minister,
g. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de podiumkunsten, voor welke benoeming door de raad van toezicht geen ontheffing is verleend.
8. De raad van toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens.
2. De raad van toezicht stelt een profielschets op voor de omvang van en samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurders, en legt deze ter goedkeuring voor aan de Minister.
3. De functie van bestuurder is, behoudens ontheffing door de raad van toezicht, onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de raad van toezicht van instellingen op het gebied van de podiumkunsten, met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
4. De bestuurders worden, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, op voordracht van de raad van toezicht benoemd door de Minister.
5. Iedere bestuurder kan, te allen tijde door de Minister worden geschorst en ontslagen.
6. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van maximaal tien jaar. De eerste benoeming van een bestuurder betreft een tijd van ten hoogste vijf jaren. Bestuurders treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar tot het maximum van tien jaar is bereikt.
7. Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door zijn aftreden, al dan niet door het volbrengen van het in het zesde lid bedoelde rooster;
e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. door zijn ontslag, verleend door de Minister,
g. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de podiumkunsten, voor welke benoeming door de raad van toezicht geen ontheffing is verleend.
8. De raad van toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052188
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl