BWBR0052005
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 6
Skal-Reglement Certificatie en Toezicht
1. Alleen exploitanten die activiteiten uitvoeren genoemd in Verordening (EU) 2018/848 kunnen beschikken over een bio-certificaat (‘certificaathouder zijn’).
2. Wanneer de exploitant een deel van zijn activiteiten uitbesteedt, moet de kwaliteitsverantwoordelijkheid van de exploitant zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen hem en de feitelijke producent, waarin ten minste is geregeld:
− op welke manier de exploitant verifieert dat de producten van de feitelijke producent voldoen aan de in de verordening gestelde eisen;
− dat de exploitant bij de producent kan afdwingen dat producten worden voortgebracht die voldoen aan de in het bio-certificaat vermelde specificatie;
− dat Skal alle noodzakelijke werkzaamheden in het kader van het toezicht en de verstrekking of hernieuwing van het bio-certificaat zowel in het bedrijf van de exploitant als bij de feitelijke producent mag uitvoeren, zo nodig met inbegrip van het treffen van maatregelen bij geconstateerde tekortkomingen.
3. Dat een biologische aanduiding uitsluitend mag worden aangebracht op producten welke door de certificaathouder in de markt worden gebracht.
4. De exploitant is verplicht om een wijziging in de rechtsvorm, tenaamstelling, statutaire zetel en plaats van de vestiging van het bedrijf onmiddellijk schriftelijk aan Skal te melden.
5. De exploitant moet Skal onmiddellijk op de hoogte stellen van wijzigingen of het ontstaan van situaties die direct verband (kunnen) hebben met het al dan niet voldoen aan de gestelde eisen. Skal stelt daarop vast of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en stelt de exploitant daarvan op de hoogte. Indien aanvullend onderzoek nodig is kan Skal het bio-certificaat opschorten. De opschorting wordt opgeheven zodra Skal de exploitant van het positieve resultaat van het aanvullend onderzoek op de hoogte heeft gesteld.
2. Wanneer de exploitant een deel van zijn activiteiten uitbesteedt, moet de kwaliteitsverantwoordelijkheid van de exploitant zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen hem en de feitelijke producent, waarin ten minste is geregeld:
− op welke manier de exploitant verifieert dat de producten van de feitelijke producent voldoen aan de in de verordening gestelde eisen;
− dat de exploitant bij de producent kan afdwingen dat producten worden voortgebracht die voldoen aan de in het bio-certificaat vermelde specificatie;
− dat Skal alle noodzakelijke werkzaamheden in het kader van het toezicht en de verstrekking of hernieuwing van het bio-certificaat zowel in het bedrijf van de exploitant als bij de feitelijke producent mag uitvoeren, zo nodig met inbegrip van het treffen van maatregelen bij geconstateerde tekortkomingen.
3. Dat een biologische aanduiding uitsluitend mag worden aangebracht op producten welke door de certificaathouder in de markt worden gebracht.
4. De exploitant is verplicht om een wijziging in de rechtsvorm, tenaamstelling, statutaire zetel en plaats van de vestiging van het bedrijf onmiddellijk schriftelijk aan Skal te melden.
5. De exploitant moet Skal onmiddellijk op de hoogte stellen van wijzigingen of het ontstaan van situaties die direct verband (kunnen) hebben met het al dan niet voldoen aan de gestelde eisen. Skal stelt daarop vast of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en stelt de exploitant daarvan op de hoogte. Indien aanvullend onderzoek nodig is kan Skal het bio-certificaat opschorten. De opschorting wordt opgeheven zodra Skal de exploitant van het positieve resultaat van het aanvullend onderzoek op de hoogte heeft gesteld.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl