BWBR0052005
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 14
Skal-Reglement Certificatie en Toezicht
1. Indien bij de behandeling van de aanvraag, naar het oordeel van Skal, blijkt dat de exploitant geen of onvoldoende maatregelen treft om te voldoen aan de gestelde eisen of onvoldoende medewerking verleent om dit aan te tonen, kan Skal de behandeling van de certificatieaanvraag beëindigen.
2. Indien tijdens het onderzoek blijkt dat een positief besluit over het verstrekken van een bio-certificaat redelijkerwijs niet te verwachten is, kan de behandeling van de aanvraag in onderling overleg worden beëindigd.
3. De exploitant kan altijd schriftelijk zijn aanvraag tussentijds intrekken. Eventueel door Skal gemaakte kosten zullen aan de exploitant in rekening worden gebracht.
4. Bij beëindiging van de aanvraag eindigt de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst en wordt de exploitant uitgeschreven, tenzij er nog een in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst voor een ander product en/of activiteit(en) bestaat of wanneer de exploitant wel onder het toezicht valt.
2. Indien tijdens het onderzoek blijkt dat een positief besluit over het verstrekken van een bio-certificaat redelijkerwijs niet te verwachten is, kan de behandeling van de aanvraag in onderling overleg worden beëindigd.
3. De exploitant kan altijd schriftelijk zijn aanvraag tussentijds intrekken. Eventueel door Skal gemaakte kosten zullen aan de exploitant in rekening worden gebracht.
4. Bij beëindiging van de aanvraag eindigt de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst en wordt de exploitant uitgeschreven, tenzij er nog een in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst voor een ander product en/of activiteit(en) bestaat of wanneer de exploitant wel onder het toezicht valt.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl