BWBR0051950
Geldig vanaf 2025-12-13
Artikel 9
Beleidsregel nadere concretisering vereisten om aangewezen te worden als opleidingsinstelling als bedoeld in het Besluit gezondheidszorgpsycholoog
1. De verantwoordelijk voor de opleiding van een persoon die tot de opleiding is toegelaten, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluitomvat het gebruik van IOP’s. De hoofdopleider is verantwoordelijk voor het toezien op de kwaliteit en de uitvoering van de persoonlijke leerdoelen zoals vastgelegd in de IOP’s, en draagt zorg voor een effectieve begeleiding van de persoon die tot de opleiding is toegelaten.
2. De hoofdopleider beschikt over de bevoegdheden om de opleiding integraal aan te sturen en de samenhang tussen onderwijs, praktijkervaring en toetsing te bewaken. Daarnaast stuurt de hoofdopleider de betrokken docententeams en praktijkopleiders aan en beschikt over aantoonbare leidinggevende ervaring om deze aansturing effectief te kunnen uitvoeren. Daarbij wordt van de hoofdopleider verwacht dat hij of zij een stevige professionele basis heeft, die aansluit bij de integrale eindverantwoordelijkheid voor de opleiding. Met deze professionele basis wordt bedoeld de bij voorkeur een leidinggevende functie, waarbij sprake is van actuele betrokkenheid in zowel de klinische praktijk, waar onderwijs en zorgverlening samenkomen, als in de academische omgeving, waar onderwijs en wetenschap samenkomen. Dit kenmerkt zich bijvoorbeeld door ervaring in didactische activiteiten inclusief onderwijsontwikkeling op universitair niveau.
3. Met aantoonbaar relevante wetenschappelijke expertise als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef, van het Besluitwordt bedoeld dat de hoofdopleider beschikt over aantoonbare kennis en ervaring met wetenschappelijk onderzoek binnen het vakgebied van de opleiding. Dit betreft niet slechts kennis van theorie, maar ook om het vermogen om onderzoeksresultaten kritisch te beoordelen en toe te passen binnen het opleidingsprogramma.
4. In het kader van didactische expertise wordt van de hoofdopleider verwacht dat deze aantoonbaar bekwaam is in het ontwerpen, verzorgen, begeleiden en evalueren van onderwijs op universitair post-master niveau en draagt bij aan de doorlopende kwaliteitszorg van het curriculum.
2. De hoofdopleider beschikt over de bevoegdheden om de opleiding integraal aan te sturen en de samenhang tussen onderwijs, praktijkervaring en toetsing te bewaken. Daarnaast stuurt de hoofdopleider de betrokken docententeams en praktijkopleiders aan en beschikt over aantoonbare leidinggevende ervaring om deze aansturing effectief te kunnen uitvoeren. Daarbij wordt van de hoofdopleider verwacht dat hij of zij een stevige professionele basis heeft, die aansluit bij de integrale eindverantwoordelijkheid voor de opleiding. Met deze professionele basis wordt bedoeld de bij voorkeur een leidinggevende functie, waarbij sprake is van actuele betrokkenheid in zowel de klinische praktijk, waar onderwijs en zorgverlening samenkomen, als in de academische omgeving, waar onderwijs en wetenschap samenkomen. Dit kenmerkt zich bijvoorbeeld door ervaring in didactische activiteiten inclusief onderwijsontwikkeling op universitair niveau.
3. Met aantoonbaar relevante wetenschappelijke expertise als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef, van het Besluitwordt bedoeld dat de hoofdopleider beschikt over aantoonbare kennis en ervaring met wetenschappelijk onderzoek binnen het vakgebied van de opleiding. Dit betreft niet slechts kennis van theorie, maar ook om het vermogen om onderzoeksresultaten kritisch te beoordelen en toe te passen binnen het opleidingsprogramma.
4. In het kader van didactische expertise wordt van de hoofdopleider verwacht dat deze aantoonbaar bekwaam is in het ontwerpen, verzorgen, begeleiden en evalueren van onderwijs op universitair post-master niveau en draagt bij aan de doorlopende kwaliteitszorg van het curriculum.