BWBR0051950
Geldig vanaf 2025-12-13
Artikel 4
Beleidsregel nadere concretisering vereisten om aangewezen te worden als opleidingsinstelling als bedoeld in het Besluit gezondheidszorgpsycholoog
1. Het bepaalde in artikel 7, onderdeel c, van het Besluit, houdt in dat de zorg voor de kwaliteit van de opleiding leidt tot cursorisch onderwijs, praktijkonderwijs en werkervaring van voldoende kwaliteit.
2. De kwaliteit van de opleiding wordt regelmatig beoordeeld en hierbij wordt structureel en transparant gemonitord, geanalyseerd en verantwoording afgelegd over de prestaties en het beleid van de OI. De volgende onderdelen worden hierin tenminste meegenomen:
a. de kwaliteit van de supervisie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit;
b. de verhouding tussen het theoretische en praktische gedeelte van de opleiding enerzijds, en de werkervaring anderzijds, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, van het Besluit;
c. de inhoudelijke en didactische deskundigheid van het docententeam, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 1°, van het Besluit;
d. voldoende en deskundige begeleiding bij het praktisch onderwijs en het opdoen van de vereiste werkervaring, als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 2°, van het Besluit;
e. de wijze van beoordeling, toetsing en examinering, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 3°, van het Besluit;
f. een veilig leer- en werkklimaat als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 4°, van het Besluit.
3. Het bepaalde in artikel 7, onderdeel c, van het Besluit, houdt in dat de kwaliteit periodiek wordt beoordeeld door onafhankelijke deskundigen (een visitatiecommissie).
4. Onder onafhankelijke deskundigen wordt verstaan dat deze deskundigen geen directe betrokkenheid hebben bij de te beoordelen opleiding en beschikken over aantoonbare relevante vakinhoudelijke kennis, ervaring en scholing.
2. De kwaliteit van de opleiding wordt regelmatig beoordeeld en hierbij wordt structureel en transparant gemonitord, geanalyseerd en verantwoording afgelegd over de prestaties en het beleid van de OI. De volgende onderdelen worden hierin tenminste meegenomen:
a. de kwaliteit van de supervisie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit;
b. de verhouding tussen het theoretische en praktische gedeelte van de opleiding enerzijds, en de werkervaring anderzijds, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, van het Besluit;
c. de inhoudelijke en didactische deskundigheid van het docententeam, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 1°, van het Besluit;
d. voldoende en deskundige begeleiding bij het praktisch onderwijs en het opdoen van de vereiste werkervaring, als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 2°, van het Besluit;
e. de wijze van beoordeling, toetsing en examinering, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 3°, van het Besluit;
f. een veilig leer- en werkklimaat als bedoeld in artikel 7, onderdeel d, onder 4°, van het Besluit.
3. Het bepaalde in artikel 7, onderdeel c, van het Besluit, houdt in dat de kwaliteit periodiek wordt beoordeeld door onafhankelijke deskundigen (een visitatiecommissie).
4. Onder onafhankelijke deskundigen wordt verstaan dat deze deskundigen geen directe betrokkenheid hebben bij de te beoordelen opleiding en beschikken over aantoonbare relevante vakinhoudelijke kennis, ervaring en scholing.