BWBR0051895
Geldig vanaf 05-12-2025
Artikel 8
Beleidsregel toetsing erkenningen aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) door de Dienst Wegverkeer
1. De conclusie van het Bibob-onderzoek heeft de volgende resultaten:
a. de erkenning wordt verleend of in stand gelaten;
b. er worden voorschriften verbonden aan de erkenningen die erop gericht zijn de mate van gevaar weg te nemen of te beperken;
c. de aanvraag voor een erkenning of een reeds verleende erkenning wordt ingetrokken.
2. Ernstig gevaar wordt in ieder geval aangenomen indien sprake is van milieucriminaliteit, opiumwetfeiten witwassen en/of mensenhandel.
3. In het geval een transactie in de zin van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht is aangegaan of een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW met een overheidslichaam is gesloten, kan daarin aanleiding worden gezien om de onderliggende feiten anders te wegen dan wanneer die transactie of vaststellingsovereenkomst niet zou bestaan.
4. De RDW kan in bijzondere omstandigheden van deze beleidsregel afwijken, met name wanneer deze beleidsregel in die bijzondere omstandigheid niet voorziet, voor zover dit, gelet op het achterhalen, voorkomen of tegengaan van misbruik van een erkenning niet zal leiden tot onevenredigheid.
a. de erkenning wordt verleend of in stand gelaten;
b. er worden voorschriften verbonden aan de erkenningen die erop gericht zijn de mate van gevaar weg te nemen of te beperken;
c. de aanvraag voor een erkenning of een reeds verleende erkenning wordt ingetrokken.
2. Ernstig gevaar wordt in ieder geval aangenomen indien sprake is van milieucriminaliteit, opiumwetfeiten witwassen en/of mensenhandel.
3. In het geval een transactie in de zin van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht is aangegaan of een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW met een overheidslichaam is gesloten, kan daarin aanleiding worden gezien om de onderliggende feiten anders te wegen dan wanneer die transactie of vaststellingsovereenkomst niet zou bestaan.
4. De RDW kan in bijzondere omstandigheden van deze beleidsregel afwijken, met name wanneer deze beleidsregel in die bijzondere omstandigheid niet voorziet, voor zover dit, gelet op het achterhalen, voorkomen of tegengaan van misbruik van een erkenning niet zal leiden tot onevenredigheid.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051895
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl