BWBR0051895
Geldig vanaf 05-12-2025
Artikel 2
Beleidsregel toetsing erkenningen aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) door de Dienst Wegverkeer
1. De RDW kan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien bij de aanvrager of erkenninghouder:
a. Sprake is van een nieuwe vestiging of van een inrichting van het bedrijf;
b. Sprake is van een overname van een erkenning of toetreding van een bestuurder tot het bedrijf;
c. Sprake is van de aanvraag van een extra erkenning door het bedrijf;
d. Een voorafgaande aanvraag door de aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets;
e. Een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buiten behandeling is gesteld;
f. Op basis van gegevens uit open en/of gesloten bronnen;
g. Op grond van: – informatie die bij de RDW bekend is;
– informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11a van de wet;
– informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet;
– overige signalen;
– gedragingen van de aanvrager of houder van een erkenning;
– betrokkenheid van de aanvrager of houder van een erkenning bij milieucriminaliteit, opiumwetfeiten, witwassen en/of mensenhandel.
– informatie die bij de RDW bekend is;
– informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11a van de wet;
– informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet;
– overige signalen;
– gedragingen van de aanvrager of houder van een erkenning;
– betrokkenheid van de aanvrager of houder van een erkenning bij milieucriminaliteit, opiumwetfeiten, witwassen en/of mensenhandel.
2. De RDW kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien sprake is van de volgende kenmerken van de aanvrager of houder van een erkenning of de omgeving waarbinnen hij zijn activiteiten verricht:
a. onduidelijke eigendom van in gebruik genomen panden, gronden en bedrijfsmiddelen;
b. samenwerking met bedrijven of personen met een vermoedelijk criminele achtergrond.
a. Sprake is van een nieuwe vestiging of van een inrichting van het bedrijf;
b. Sprake is van een overname van een erkenning of toetreding van een bestuurder tot het bedrijf;
c. Sprake is van de aanvraag van een extra erkenning door het bedrijf;
d. Een voorafgaande aanvraag door de aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets;
e. Een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buiten behandeling is gesteld;
f. Op basis van gegevens uit open en/of gesloten bronnen;
g. Op grond van: – informatie die bij de RDW bekend is;
– informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11a van de wet;
– informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet;
– overige signalen;
– gedragingen van de aanvrager of houder van een erkenning;
– betrokkenheid van de aanvrager of houder van een erkenning bij milieucriminaliteit, opiumwetfeiten, witwassen en/of mensenhandel.
– informatie die bij de RDW bekend is;
– informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11a van de wet;
– informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet;
– overige signalen;
– gedragingen van de aanvrager of houder van een erkenning;
– betrokkenheid van de aanvrager of houder van een erkenning bij milieucriminaliteit, opiumwetfeiten, witwassen en/of mensenhandel.
2. De RDW kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien sprake is van de volgende kenmerken van de aanvrager of houder van een erkenning of de omgeving waarbinnen hij zijn activiteiten verricht:
a. onduidelijke eigendom van in gebruik genomen panden, gronden en bedrijfsmiddelen;
b. samenwerking met bedrijven of personen met een vermoedelijk criminele achtergrond.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051895
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl