Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
bovengemiddelde logistieke multimodale knooppunten op de goederenvervoercorridors: de zeehavens Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk en North Sea Port (fysieke havens Terneuzen en Vlissingen) de bovengemiddelde achterlandknooppunten/binnenhavens Tilburg, Venlo, Sittard/Geleen-Stein, Tiel en Nijmegen;
de minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
gemeenten: de gemeenten Rotterdam, Tilburg, Venlo, Nijmegen en Tiel;
goederenvervoercorridors: corridor Oost (corridor Rotterdam – Arnhem/Nijmegen – Duitsland), corridor Zuidoost (corridor Rotterdam – Noord-Brabant/Limburg – Duitsland/België) en corridor Zuid (corridor Amsterdam – Rotterdam – Zeeland Seaports – Seine-Nord);
multimodaal goederenvervoer: goederenvervoer dat gebruik maakt van meerdere transportmodaliteiten zoals wegvervoer, binnenvaart, spoorgoederenvervoer of buisleidingen;
ontvanger: de provincie of gemeente die uitvoering geeft aan het realisatiepact en waarin het bovengemiddeld multimodaal knooppunt geografisch is gelegen en waar een afgestemd realisatiepact voor is vastgesteld dat in het BO-MIRT GVC is bekrachtigd;
provincies: de provincies Limburg, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Holland en Zeeland;
realisatiepact: een door het Rijk, provincie en gemeente overeengekomen visiedocument met een lijst van infrastructurele en flankerende opgaven die in de daaropvolgende jaren daar waar mogelijk adaptief zullen worden opgepakt om de multimodale ontwikkeling en economische en duurzame meerwaarde van het logistieke bovengemiddelde knooppunt te versterken;
regionale logistieke netwerken: regionaal georganiseerde goederenvervoerverbindingen buiten de corridorgebieden.
bovengemiddelde logistieke multimodale knooppunten op de goederenvervoercorridors: de zeehavens Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk en North Sea Port (fysieke havens Terneuzen en Vlissingen) de bovengemiddelde achterlandknooppunten/binnenhavens Tilburg, Venlo, Sittard/Geleen-Stein, Tiel en Nijmegen;
de minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
gemeenten: de gemeenten Rotterdam, Tilburg, Venlo, Nijmegen en Tiel;
goederenvervoercorridors: corridor Oost (corridor Rotterdam – Arnhem/Nijmegen – Duitsland), corridor Zuidoost (corridor Rotterdam – Noord-Brabant/Limburg – Duitsland/België) en corridor Zuid (corridor Amsterdam – Rotterdam – Zeeland Seaports – Seine-Nord);
multimodaal goederenvervoer: goederenvervoer dat gebruik maakt van meerdere transportmodaliteiten zoals wegvervoer, binnenvaart, spoorgoederenvervoer of buisleidingen;
ontvanger: de provincie of gemeente die uitvoering geeft aan het realisatiepact en waarin het bovengemiddeld multimodaal knooppunt geografisch is gelegen en waar een afgestemd realisatiepact voor is vastgesteld dat in het BO-MIRT GVC is bekrachtigd;
provincies: de provincies Limburg, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Holland en Zeeland;
realisatiepact: een door het Rijk, provincie en gemeente overeengekomen visiedocument met een lijst van infrastructurele en flankerende opgaven die in de daaropvolgende jaren daar waar mogelijk adaptief zullen worden opgepakt om de multimodale ontwikkeling en economische en duurzame meerwaarde van het logistieke bovengemiddelde knooppunt te versterken;
regionale logistieke netwerken: regionaal georganiseerde goederenvervoerverbindingen buiten de corridorgebieden.