BWBR0051887
Geldig vanaf 2025-12-03
Artikel 11
Specifieke uitkering realisatiepacten goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid
1. De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 10, heeft plaatsgevonden.
2. De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld als:
a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b. de specifieke uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 10.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde specifieke uitkeringen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
2. De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld als:
a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b. de specifieke uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 10.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde specifieke uitkeringen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.