BWBR0051704
Geldig vanaf 2025-11-05
Artikel 2
Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025
1) Elke procureur-generaal is afzonderlijk gemachtigd om invulling te geven aan het mandaat.
2) Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die hun parket of dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan: a. de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO;
b. de directeur van het parket-generaal;
c. de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM);
d. de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM).
a. de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO;
b. de directeur van het parket-generaal;
c. de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM);
d. de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM).
3) Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.
2) Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die hun parket of dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan: a. de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO;
b. de directeur van het parket-generaal;
c. de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM);
d. de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM).
a. de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO;
b. de directeur van het parket-generaal;
c. de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM);
d. de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM).
3) Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.