1) Aan het College van procureurs-generaal blijft voorbehouden: a. het nemen van besluiten op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 38e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra), voor zover het een schadeloosstelling, vergoeding van kosten of overigens een geldelijke tegemoetkoming betreft boven een bedrag van € 5.000,- of indien de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade.
b. toekennen van een vergoeding van schade op grond van artikel 27b van het Brra of paragraaf 8.7 van de CAO Rijk inclusief de vaststelling of sprake is van een dienstongeval, beroepsincident of beroepsziekte.
c. het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en van salariscategorie 9 en hoger, als genoemd in artikel 5 van het Brra.
d. het nemen van besluiten met arbeidsrechtelijke gevolgen, waaronder het aanbieden en beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd, bevordering alsmede het treffen van ordemaatregelen en straffen overeenkomstig hoofdstuk 15 van de CAO Rijk jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk.
e. het toekennen van een financiële vergoeding vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het BW, overstijgt.
a. het nemen van besluiten op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 38e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra), voor zover het een schadeloosstelling, vergoeding van kosten of overigens een geldelijke tegemoetkoming betreft boven een bedrag van € 5.000,- of indien de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële schade.
b. toekennen van een vergoeding van schade op grond van artikel 27b van het Brra of paragraaf 8.7 van de CAO Rijk inclusief de vaststelling of sprake is van een dienstongeval, beroepsincident of beroepsziekte.
c. het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en van salariscategorie 9 en hoger, als genoemd in artikel 5 van het Brra.
d. het nemen van besluiten met arbeidsrechtelijke gevolgen, waaronder het aanbieden en beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd, bevordering alsmede het treffen van ordemaatregelen en straffen overeenkomstig hoofdstuk 15 van de CAO Rijk jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger zoals bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk.
e. het toekennen van een financiële vergoeding vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die de uitkomst van de berekening overeenkomstig een transitievergoeding in de zin van artikel 7:673 van het BW, overstijgt.
2) Aan het College blijft tevens de bevoegdheid voorbehouden om besluiten te nemen ten aanzien van rechterlijke ambtenaren: a) inzake benoeming, plaatsing, salaris, schorsing, ontslag en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover de wetgever die bevoegdheid niet heeft toegekend aan het hoofd van het parket respectievelijk aan de functionele autoriteit;
b) inzake hoofdstuk 3a Wrra (beslag, terugvordering, verrekening en korting);
c) in die situaties waarin de functionele autoriteit een voorstel kan doen of advies dient te geven.
a) inzake benoeming, plaatsing, salaris, schorsing, ontslag en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover de wetgever die bevoegdheid niet heeft toegekend aan het hoofd van het parket respectievelijk aan de functionele autoriteit;
b) inzake hoofdstuk 3a Wrra (beslag, terugvordering, verrekening en korting);
c) in die situaties waarin de functionele autoriteit een voorstel kan doen of advies dient te geven.
3) Het voorbehoud in lid 2 is niet van toepassing op de volgende artikelen: – 6 van het Brra;
– 6c lid 6 van het Brra;
– 8b lid 1, 2 en 3 van het Brra;
– 8d van het Brra;
– 33n van het Brra;
– 33p lid 1 van het Brra, indien er sprake is van verlof zonder behoud van bezoldiging, verleend in het persoonlijk belang van de medewerker.
– 6 van het Brra;
– 6c lid 6 van het Brra;
– 8b lid 1, 2 en 3 van het Brra;
– 8d van het Brra;
– 33n van het Brra;
– 33p lid 1 van het Brra, indien er sprake is van verlof zonder behoud van bezoldiging, verleend in het persoonlijk belang van de medewerker.