BWBR0051704
Geldig vanaf 2025-11-05
Artikel 1
Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2025
In dit besluit wordt verstaan onder:
– het mandaat: het door de minister aan het College van procureurs-generaal verleende (onder)mandaat met betrekking tot de aangelegenheden die het beheer van het openbaar ministerie betreffen respectievelijk het mandaat om rechtspositionele besluiten te nemen ten aanzien van medewerkers van het OM;
– leidinggevende: leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk
– functionele autoriteit: de functionele autoriteit in de zin van artikel 1, lid 2 aanhef onder e. tot en met i. van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).
– medewerker: degene die a) krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat of
b) als rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1 onderdeel b., onder 5°, 6°, 7° en 10° van de Wet RO, werkzaam is bij of ten behoeve van het openbaar ministerie.
a) krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat of
b) als rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1 onderdeel b., onder 5°, 6°, 7° en 10° van de Wet RO,
– het mandaat: het door de minister aan het College van procureurs-generaal verleende (onder)mandaat met betrekking tot de aangelegenheden die het beheer van het openbaar ministerie betreffen respectievelijk het mandaat om rechtspositionele besluiten te nemen ten aanzien van medewerkers van het OM;
– leidinggevende: leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk
– functionele autoriteit: de functionele autoriteit in de zin van artikel 1, lid 2 aanhef onder e. tot en met i. van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).
– medewerker: degene die a) krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat of
b) als rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1 onderdeel b., onder 5°, 6°, 7° en 10° van de Wet RO, werkzaam is bij of ten behoeve van het openbaar ministerie.
a) krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat of
b) als rechterlijk ambtenaar, genoemd in artikel 1 onderdeel b., onder 5°, 6°, 7° en 10° van de Wet RO,