BWBR0051655
Geldig vanaf 25-10-2025
Artikel 4.13
Beleidsregels risicoverevening 2026
1. Het Zorginstituut baseert het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MVV_C op:
a. de indeling in MVV_C-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 12 van deze Beleidsregels;
b. de kosten verpleging en verzorging 2025 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
c. de kosten verpleging en verzorging 2024 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2026, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
d. de kosten verpleging en verzorging 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2025, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2026 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
e. de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2027 aan het Zorginstituut per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de declaraties van alle Wlz-prestaties en het toegekende persoonsgebonden budget in 2026;
f. de leeftijd volgens het PKB 2026; en
g. het PKB 2025.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met g, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2026 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 12 van deze Beleidsregels, in welke MVV_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MVV_C’ in.
a. de indeling in MVV_C-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 12 van deze Beleidsregels;
b. de kosten verpleging en verzorging 2025 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
c. de kosten verpleging en verzorging 2024 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2026, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
d. de kosten verpleging en verzorging 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2025, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2026 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
e. de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2027 aan het Zorginstituut per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de declaraties van alle Wlz-prestaties en het toegekende persoonsgebonden budget in 2026;
f. de leeftijd volgens het PKB 2026; en
g. het PKB 2025.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met g, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2026 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 12 van deze Beleidsregels, in welke MVV_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MVV_C’ in.
- Citeren als
- Art. 4.13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051655
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl