BWBR0051655
Geldig vanaf 25-10-2025
Artikel 2.31
Beleidsregels risicoverevening 2026
1. Het Zorginstituut berekent het normatieve bedrag 2026 van een zorgverzekeraar als de som van het deelbedrag variabele zorgkosten 2026, het deelbedrag vaste zorgkosten 2026 en het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2026.
2. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie 2026 per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van achttien jaar of ouder 2026 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2026.
3. Voor de toepassing van artikel 7, derde lid, van de Rrv, vermindert het Zorginstituut het resultaat na toepassing van het tweede lid met de detentiefactor van 0,06811 procent.
4. Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2026 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2026, bedoeld in het eerste lid, de normatieve opbrengst van het eigen risico 2026 zoals bepaald in Artikel 2.30, vijfde lid, en de op grond van het tweede en derde lid berekende opbrengst van de nominale rekenpremie 2026 in mindering te brengen.
2. Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie 2026 per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van achttien jaar of ouder 2026 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2026.
3. Voor de toepassing van artikel 7, derde lid, van de Rrv, vermindert het Zorginstituut het resultaat na toepassing van het tweede lid met de detentiefactor van 0,06811 procent.
4. Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2026 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2026, bedoeld in het eerste lid, de normatieve opbrengst van het eigen risico 2026 zoals bepaald in Artikel 2.30, vijfde lid, en de op grond van het tweede en derde lid berekende opbrengst van de nominale rekenpremie 2026 in mindering te brengen.
- Citeren als
- Art. 2.31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051655
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl