BWBR0051453
Geldig vanaf 2025-09-03
Artikel 7.5
Mandaatbesluit BZK 2025
1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op:
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal of de algemeen directeur ressorterende functionarissen;
b. het opleggen van een straf;
c. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
d. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
e. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de directeur-generaal, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
f. het beslissen tot een reorganisatie;
g. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
h. het vaststellen van de formatie van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en algemeen directeuren ressorterende (dienst)onderdelen;
i. de aangelegenheden genoemd in artikel 5.5.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, zijn niet van toepassing op het mandaat van de Clusterdirecteur Mensen & Middelen en de Clusterdirecteur Bestuursondersteuning, de directeur die leiding geeft aan een agentschap en de directeur die leiding geeft aan een kasdienst.
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal of de algemeen directeur ressorterende functionarissen;
b. het opleggen van een straf;
c. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
d. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
e. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de directeur-generaal, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
f. het beslissen tot een reorganisatie;
g. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
h. het vaststellen van de formatie van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en algemeen directeuren ressorterende (dienst)onderdelen;
i. de aangelegenheden genoemd in artikel 5.5.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, zijn niet van toepassing op het mandaat van de Clusterdirecteur Mensen & Middelen en de Clusterdirecteur Bestuursondersteuning, de directeur die leiding geeft aan een agentschap en de directeur die leiding geeft aan een kasdienst.