BWBR0051453
Geldig vanaf 2025-09-03
Artikel 4.3
Mandaatbesluit BZK 2025
1. Het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal is niet van toepassing op:
a. het nader vaststellen van de inrichting van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op basis van het Organisatiebesluit BZK 2025;
b. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
c. het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in de CAO Rijk 2024–2025;
d. personele beheersbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;
e. het optreden als werkgever als bedoeld in hoofdstuk 13 en bijlage 13 van de CAO Rijk 2024–2025;
f. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een ambtenaar op grond van artikel 12, tweede lid, Ambtenarenwet 2017;
g. het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;
h. het toekennen van vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2024–2025.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien er sprake is van een situatie bedoeld in artikel 4.2, onder a.
a. het nader vaststellen van de inrichting van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op basis van het Organisatiebesluit BZK 2025;
b. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
c. het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in de CAO Rijk 2024–2025;
d. personele beheersbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;
e. het optreden als werkgever als bedoeld in hoofdstuk 13 en bijlage 13 van de CAO Rijk 2024–2025;
f. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een ambtenaar op grond van artikel 12, tweede lid, Ambtenarenwet 2017;
g. het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;
h. het toekennen van vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2024–2025.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien er sprake is van een situatie bedoeld in artikel 4.2, onder a.