BWBR0051326
Geldig vanaf 2025-07-26
Artikel 4
Algemeen organisatiebesluit Defensie 2025
De Commandant der Strijdkrachten is belast met:
a. het aansturen van de krijgsmacht, te weten het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, het Commando Materieel en IT, het Defensie Cybercommando en het (NLD) Special Operations Command;
b. het aansturen van de inzet van het Commando Koninklijke Marechaussee voor zover het de verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie betreft;
c. het geven van ambtelijke leiding aan de Defensiestaf met inachtneming van de kaders voor het kerndepartement;
d. de taak van de militaire adviseur van de Minister van Defensie;
e. het met inachtneming van de aanwijzingen van de Minister van Defensie aansturen van de voorbereidingen, uitvoering en evaluatie van alle operaties, alsmede het zorg dragen voor de implementatie van de verbetermaatregelen naar aanleiding van de evaluaties van operaties;
f. het aansturen van de gereedstelling van de krijgsmacht;
g. het inrichten van de krijgsmacht;
h. het bijdragen aan beleidsontwikkeling en integraal toetsen van beleid op uitvoerbaarheid;
i. organisatieontwikkeling (zowel het operationaliseren van beleid (top down) als integraal advies over bottom-up initiatieven) van de krijgsmacht inclusief het opstellen van behoeftestellingen voor militaire capaciteiten;
j. de bi- en multilaterale militaire samenwerking binnen de kaders van het vastgestelde internationaal beleid en de samenhang en eenduidigheid van de inbreng in internationaal militair verband.
a. het aansturen van de krijgsmacht, te weten het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, het Commando Materieel en IT, het Defensie Cybercommando en het (NLD) Special Operations Command;
b. het aansturen van de inzet van het Commando Koninklijke Marechaussee voor zover het de verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie betreft;
c. het geven van ambtelijke leiding aan de Defensiestaf met inachtneming van de kaders voor het kerndepartement;
d. de taak van de militaire adviseur van de Minister van Defensie;
e. het met inachtneming van de aanwijzingen van de Minister van Defensie aansturen van de voorbereidingen, uitvoering en evaluatie van alle operaties, alsmede het zorg dragen voor de implementatie van de verbetermaatregelen naar aanleiding van de evaluaties van operaties;
f. het aansturen van de gereedstelling van de krijgsmacht;
g. het inrichten van de krijgsmacht;
h. het bijdragen aan beleidsontwikkeling en integraal toetsen van beleid op uitvoerbaarheid;
i. organisatieontwikkeling (zowel het operationaliseren van beleid (top down) als integraal advies over bottom-up initiatieven) van de krijgsmacht inclusief het opstellen van behoeftestellingen voor militaire capaciteiten;
j. de bi- en multilaterale militaire samenwerking binnen de kaders van het vastgestelde internationaal beleid en de samenhang en eenduidigheid van de inbreng in internationaal militair verband.