BWBR0051209
Geldig vanaf 2025-07-10
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven
1. Na het sluiten van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, beoordeelt de minister alle ingediende aanvragen en stelt een rangschikking op van de aanvragen die voldoen aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 3en 6, derde en vierde lid.
2. De rangschikking vindt plaats op basis van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, die wordt bepaald op grond van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria:
a. noodzaak;
b. effectiviteit; en
c. efficiëntie.
3. De scores en de weging van de criteria, bedoeld in het tweede lid, worden bepaald conform bijlage 1, met dien verstande dat de totaalscore van de aanvraag het gewogen gemiddelde van de scores op die criteria is.
4. Indien meerdere aanvragen gelijk scoren bij de weging, bedoeld in het tweede lid, en de toekenning van specifieke uitkeringen zou leiden tot overschrijding van het krachtens artikel 4, derde lid, vastgestelde bedrag, worden die aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score bij het criterium effectiviteit.
5. Indien na toepassing van het vierde lid nog steeds meerdere aanvragen gelijk scoren worden die aanvragen onderling gerangschikt op grond van de hoogte van de gevraagde bijdrage per woning, waarbij de aanvraag met de laagste bijdrage per woning het hoogst eindigt.
6. Indien een aanvraag niet volledig kan worden toegekend in verband met de overschrijding van het krachtens artikel 4, derde lid, vastgestelde bedrag, kan de minister besluiten om de aanvraag toch toe te wijzen en het restant van de specifieke uitkering ten laste te brengen van het uitkeringsplafond van het eerstvolgende aanvraagtijdvak. De minister kan, in afwijking van artikel 8, vierde lid, voor een geval als bedoeld in de eerste volzin besluiten om de specifieke uitkering in twee keer uit te betalen.
2. De rangschikking vindt plaats op basis van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, die wordt bepaald op grond van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria:
a. noodzaak;
b. effectiviteit; en
c. efficiëntie.
3. De scores en de weging van de criteria, bedoeld in het tweede lid, worden bepaald conform bijlage 1, met dien verstande dat de totaalscore van de aanvraag het gewogen gemiddelde van de scores op die criteria is.
4. Indien meerdere aanvragen gelijk scoren bij de weging, bedoeld in het tweede lid, en de toekenning van specifieke uitkeringen zou leiden tot overschrijding van het krachtens artikel 4, derde lid, vastgestelde bedrag, worden die aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score bij het criterium effectiviteit.
5. Indien na toepassing van het vierde lid nog steeds meerdere aanvragen gelijk scoren worden die aanvragen onderling gerangschikt op grond van de hoogte van de gevraagde bijdrage per woning, waarbij de aanvraag met de laagste bijdrage per woning het hoogst eindigt.
6. Indien een aanvraag niet volledig kan worden toegekend in verband met de overschrijding van het krachtens artikel 4, derde lid, vastgestelde bedrag, kan de minister besluiten om de aanvraag toch toe te wijzen en het restant van de specifieke uitkering ten laste te brengen van het uitkeringsplafond van het eerstvolgende aanvraagtijdvak. De minister kan, in afwijking van artikel 8, vierde lid, voor een geval als bedoeld in de eerste volzin besluiten om de specifieke uitkering in twee keer uit te betalen.