BWBR0051209
Geldig vanaf 2025-07-10
Artikel 3
Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven
1. De minister kan op aanvraag van een college van een MRE-gemeente een specifieke uitkering verstrekken aan die gemeente voor bijdragen in projecten die:
a. het realiseren of het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een afgebakend projectgebied tot doel hebben;
b. nog niet gestart zijn met de bouw van de woningen;
c. volgens de planning uiterlijk op 31 december 2030 starten met de bouw van de laatste woningen; en
d. door de MRE-gemeente zelf worden voorzien van een financiële bijdrage van ten minste 25% van het aantoonbare financiële publieke tekort van het project, bedoeld in artikel 5.
2. De specifieke uitkering wordt slechts toegekend ten behoeve van bijdragen in een project dat is gericht op:
a. de bouw van ten minste 40 woningen in een afgebakend projectgebied, bestaande uit zelfstandige woningen, studenteneenheden, of een combinatie daarvan, waarbij ten minste 50% van die woningen een betaalbare woning of een studenteneenheid is; en
b. het uitvoeren van activiteiten die op aantoonbare wijze bijdragen aan en noodzakelijk zijn voor de realisatie van woningen als bedoeld onder a en toerekenbaar zijn aan het project.
a. het realiseren of het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een afgebakend projectgebied tot doel hebben;
b. nog niet gestart zijn met de bouw van de woningen;
c. volgens de planning uiterlijk op 31 december 2030 starten met de bouw van de laatste woningen; en
d. door de MRE-gemeente zelf worden voorzien van een financiële bijdrage van ten minste 25% van het aantoonbare financiële publieke tekort van het project, bedoeld in artikel 5.
2. De specifieke uitkering wordt slechts toegekend ten behoeve van bijdragen in een project dat is gericht op:
a. de bouw van ten minste 40 woningen in een afgebakend projectgebied, bestaande uit zelfstandige woningen, studenteneenheden, of een combinatie daarvan, waarbij ten minste 50% van die woningen een betaalbare woning of een studenteneenheid is; en
b. het uitvoeren van activiteiten die op aantoonbare wijze bijdragen aan en noodzakelijk zijn voor de realisatie van woningen als bedoeld onder a en toerekenbaar zijn aan het project.