BWBR0051093
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 8
Subsidieregeling Meerurenmaatwerk
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a. De activiteiten worden uitgevoerd in de periode tot en met 31 juli 2029.
b. De subsidieontvanger biedt de gekozen keuzeopties binnen zes maanden na het moment van subsidieverstrekking aan de leraren aan.
c. De subsidieontvanger biedt gedurende de looptijd van de subsidie binnen de gekozen variant steeds dezelfde keuzeopties aan.
d. De subsidieontvanger biedt de keuzeopties aan met inachtneming van bijlage 1 bij deze regeling.
e. De subsidieontvanger kent binnen de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, de door de leraar gekozen keuzeoptie toe gedurende drie schooljaren;
f. In afwijking van onderdeel e kent de subsidieontvanger de door de leraar gekozen keuzeoptie toe voor minder dan drie schooljaren indien de resterende looptijd van de subsidie korter bedraagt dan drie schooljaren;
g. De subsidieontvanger kent binnen de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, de door de leraar gekozen keuzeoptie toe gedurende twee schooljaren.
h. In afwijking van onderdeel g kent de subsidieontvanger de door de leraar gekozen keuzeoptie toe voor minder dan de twee schooljaren indien de resterende looptijd van de subsidie korter bedraagt dan twee schooljaren;
i. De subsidieontvanger werkt mee aan de door de minister ingestelde begeleiding van de pilot;
j. De subsidieontvanger werkt mee aan de door de minister ingestelde monitoring en evaluatie.
a. De activiteiten worden uitgevoerd in de periode tot en met 31 juli 2029.
b. De subsidieontvanger biedt de gekozen keuzeopties binnen zes maanden na het moment van subsidieverstrekking aan de leraren aan.
c. De subsidieontvanger biedt gedurende de looptijd van de subsidie binnen de gekozen variant steeds dezelfde keuzeopties aan.
d. De subsidieontvanger biedt de keuzeopties aan met inachtneming van bijlage 1 bij deze regeling.
e. De subsidieontvanger kent binnen de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, de door de leraar gekozen keuzeoptie toe gedurende drie schooljaren;
f. In afwijking van onderdeel e kent de subsidieontvanger de door de leraar gekozen keuzeoptie toe voor minder dan drie schooljaren indien de resterende looptijd van de subsidie korter bedraagt dan drie schooljaren;
g. De subsidieontvanger kent binnen de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, de door de leraar gekozen keuzeoptie toe gedurende twee schooljaren.
h. In afwijking van onderdeel g kent de subsidieontvanger de door de leraar gekozen keuzeoptie toe voor minder dan de twee schooljaren indien de resterende looptijd van de subsidie korter bedraagt dan twee schooljaren;
i. De subsidieontvanger werkt mee aan de door de minister ingestelde begeleiding van de pilot;
j. De subsidieontvanger werkt mee aan de door de minister ingestelde monitoring en evaluatie.