BWBR0051093
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 3
Subsidieregeling Meerurenmaatwerk
1. De minister kan aan een bevoegd gezag van een school subsidie verstrekken ten behoeve van het op één of meerdere onder het bevoegd gezag ressorterende scholen aanbieden en uitvoeren van:
a. ondersteunende activiteiten voor het voorbereiden van het aanbieden van keuzeopties aan leraren; en
b. minimaal drie keuzeopties als bedoeld in het derde lid binnen één van de varianten, bedoeld in het vierde lid.
2. Onder ondersteunende activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in ieder geval verstaan:
a. het uitvoeren van een enquête onder de leraren om te bepalen welke voorkeuren zij hebben met betrekking tot de keuzeopties;
b. het organiseren van draagvlaksessies;
c. het trainen van personen in dienst van het bevoegd gezag voor het voeren van gesprekken over contractuitbreiding;
d. het aanpassen van systemen op de benodigde flexibiliteit.
3. Als keuzeoptie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, biedt het bevoegd gezag in ieder geval de optie van een geldbedrag bovenop het salaris aan. Daarnaast biedt het bevoegd gezag ten minste twee van de volgende opties aan:
a. geld voor kinderopvang bovenop het salaris;
b. meer vrije dagen in schoolweken;
c. een flexibel rooster; of
d. andere niet-lesgevende taken binnen een school.
4. De keuzeopties, bedoeld in het derde lid, kan het bevoegd gezag enkel aan leraren aanbieden binnen één van de volgende varianten:
a. 4 en 5 dagen werken: voor leraren die meer uren gaan werken dan minimaal een werktijdfactor van 0,8 fte dan wel een werktijdfactor van reeds minimaal 0,8 fte blijven werken; of
b. Urenuitbreiding: voor leraren die hun arbeidsduur uitbreiden met minimaal 0,1 fte.
a. ondersteunende activiteiten voor het voorbereiden van het aanbieden van keuzeopties aan leraren; en
b. minimaal drie keuzeopties als bedoeld in het derde lid binnen één van de varianten, bedoeld in het vierde lid.
2. Onder ondersteunende activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in ieder geval verstaan:
a. het uitvoeren van een enquête onder de leraren om te bepalen welke voorkeuren zij hebben met betrekking tot de keuzeopties;
b. het organiseren van draagvlaksessies;
c. het trainen van personen in dienst van het bevoegd gezag voor het voeren van gesprekken over contractuitbreiding;
d. het aanpassen van systemen op de benodigde flexibiliteit.
3. Als keuzeoptie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, biedt het bevoegd gezag in ieder geval de optie van een geldbedrag bovenop het salaris aan. Daarnaast biedt het bevoegd gezag ten minste twee van de volgende opties aan:
a. geld voor kinderopvang bovenop het salaris;
b. meer vrije dagen in schoolweken;
c. een flexibel rooster; of
d. andere niet-lesgevende taken binnen een school.
4. De keuzeopties, bedoeld in het derde lid, kan het bevoegd gezag enkel aan leraren aanbieden binnen één van de volgende varianten:
a. 4 en 5 dagen werken: voor leraren die meer uren gaan werken dan minimaal een werktijdfactor van 0,8 fte dan wel een werktijdfactor van reeds minimaal 0,8 fte blijven werken; of
b. Urenuitbreiding: voor leraren die hun arbeidsduur uitbreiden met minimaal 0,1 fte.