BWBR0051061
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 3
Regeling gemengd afmeren
1. Het is verboden op of met een schip dat gemengd is afgemeerd de volgende activiteiten uit te voeren:
a. hijswerkzaamheden over een langszij afgemeerd schip heen;
b. vonkvorming veroorzaken of werkzaamheden verrichten of doen verrichten waarbij vonkvorming mogelijk is, tenzij gebruik wordt gemaakt van vonk-arm handgereedschap als bedoeld in subsectie 8.3.5 van het ADN;
c. het schip achterlaten zonder dat minstens één bemanningslid aan boord is die het schip kan verhalen;
d. brandstoffen bunkeren met uitzondering van gasolie en stookolie;
e. open vuur gebruiken of roken buiten de woning of het stuurhuis. In geval van open vuur of roken in de woning of het stuurhuis dienen deuren en ramen gesloten te zijn;
f. indien het een tankschip betreft: monsternemen via een open of deels open monstername-opening, ventileren met andere binnenschepen langszijde, tanks schoonmaken of tanks openen;
g. laden of lossen;
h. bij gebruik van walstroom de walstroomkabel door de ladingzone of de beschermde zone van een naastgelegen schip of de naastgelegen schepen laten lopen;
i. zich binnen de ladingzone van een naastgelegen schip of naastgelegen schepen begeven, tenzij het niet op een andere wijze mogelijk is om aan of van de wal te komen;
j. hinder of overlast veroorzaken voor naastgelegen binnenschepen;
k. zo ligplaats nemen dat de ventilatieopeningen van de ladingtankruimten van een binnentankschip ter hoogte van de woning en het stuurhuis van langszij gelegen binnenschepen liggen;
l. zo ligplaats nemen dat de woning, het stuurhuis en de machinekamer van langszij gelegen binnenschepen naast de ladingzone van een seinvoerend schip liggen;
m. onverminderd subsectie 8.3.1.3 van het ADN, personen jonger dan 14 jaar zonder begeleiding van een volwassene en via de ladingzone van een seinvoerend schip de wal of een ander schip laten betreden; of
n. ramen en deuren van de woning, het stuurhuis en de machinekamer openhouden.
2. De bevoegde autoriteit, genoemd in de artikelen 6.28, twaalfde lid, onderdeel c, vijftiende lid, en 7.07, vierde lid, van het Binnenvaarpolitiereglement, kan bij de aanwijzing van een ligplaats of wachtplaats voor daarbij aan te wijzen categorieën schepen bepalen dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel f, niet van toepassing is en kan daarbij aanvullende eisen stellen.
3. Onverminderd artikel 7.08 van het Binnenvaartpolitiereglementkan de bevoegde autoriteit, genoemd in de artikelen 6.28, twaalfde lid, onderdeel c, vijftiende lid, en 7.07, vierde lid, van het Binnenvaarpolitiereglement, ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, aan schepen die direct aan de steiger afgemeerd liggen, onder voorwaarde dat er contactgegevens worden achtergelaten van een persoon die het schip kan verhalen en zo nodig binnen een uur aanwezig kan zijn.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen k en l, geldt niet bij het schutten.
5. Artikel 1.02, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglementis van overeenkomstige toepassing op dit artikel.
a. hijswerkzaamheden over een langszij afgemeerd schip heen;
b. vonkvorming veroorzaken of werkzaamheden verrichten of doen verrichten waarbij vonkvorming mogelijk is, tenzij gebruik wordt gemaakt van vonk-arm handgereedschap als bedoeld in subsectie 8.3.5 van het ADN;
c. het schip achterlaten zonder dat minstens één bemanningslid aan boord is die het schip kan verhalen;
d. brandstoffen bunkeren met uitzondering van gasolie en stookolie;
e. open vuur gebruiken of roken buiten de woning of het stuurhuis. In geval van open vuur of roken in de woning of het stuurhuis dienen deuren en ramen gesloten te zijn;
f. indien het een tankschip betreft: monsternemen via een open of deels open monstername-opening, ventileren met andere binnenschepen langszijde, tanks schoonmaken of tanks openen;
g. laden of lossen;
h. bij gebruik van walstroom de walstroomkabel door de ladingzone of de beschermde zone van een naastgelegen schip of de naastgelegen schepen laten lopen;
i. zich binnen de ladingzone van een naastgelegen schip of naastgelegen schepen begeven, tenzij het niet op een andere wijze mogelijk is om aan of van de wal te komen;
j. hinder of overlast veroorzaken voor naastgelegen binnenschepen;
k. zo ligplaats nemen dat de ventilatieopeningen van de ladingtankruimten van een binnentankschip ter hoogte van de woning en het stuurhuis van langszij gelegen binnenschepen liggen;
l. zo ligplaats nemen dat de woning, het stuurhuis en de machinekamer van langszij gelegen binnenschepen naast de ladingzone van een seinvoerend schip liggen;
m. onverminderd subsectie 8.3.1.3 van het ADN, personen jonger dan 14 jaar zonder begeleiding van een volwassene en via de ladingzone van een seinvoerend schip de wal of een ander schip laten betreden; of
n. ramen en deuren van de woning, het stuurhuis en de machinekamer openhouden.
2. De bevoegde autoriteit, genoemd in de artikelen 6.28, twaalfde lid, onderdeel c, vijftiende lid, en 7.07, vierde lid, van het Binnenvaarpolitiereglement, kan bij de aanwijzing van een ligplaats of wachtplaats voor daarbij aan te wijzen categorieën schepen bepalen dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel f, niet van toepassing is en kan daarbij aanvullende eisen stellen.
3. Onverminderd artikel 7.08 van het Binnenvaartpolitiereglementkan de bevoegde autoriteit, genoemd in de artikelen 6.28, twaalfde lid, onderdeel c, vijftiende lid, en 7.07, vierde lid, van het Binnenvaarpolitiereglement, ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, aan schepen die direct aan de steiger afgemeerd liggen, onder voorwaarde dat er contactgegevens worden achtergelaten van een persoon die het schip kan verhalen en zo nodig binnen een uur aanwezig kan zijn.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen k en l, geldt niet bij het schutten.
5. Artikel 1.02, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglementis van overeenkomstige toepassing op dit artikel.