Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
binnenschip: binnenschip als bedoeld in artikel 1 van de Binnenvaartwet;
bunkerschepen: tankschepen met aan boord scheepsaandrijfstoffen met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger ten behoeve van de afgifte ervan aan andere schepen;
gemengd afmeren: direct of indirect afmeren op ligplaatsen of wachtplaatsen of in sluizen door schepen die op grond van deze regeling zijn vrijgesteld van de afmeerafstanden, bedoeld in de artikelen 6.28, elfde lid, en 7.07, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
ontsmettingsmiddel: een toepassing van biociden en/of gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van insectenplagen in lading die in bulk wordt vervoerd (zoals graan, voeder, hout);
seinvoerend schip: binnenschip dat gevaarlijke stoffen vervoert waarvoor op grond van artikel 3.14, eerste lid dan wel tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement een of twee tekens zijn voorgeschreven;
tankschip: schip dat gebouwd is voor het in een ladingtank vervoeren van gassen of vloeistoffen als bedoeld in sectie 1.2.1 van het ADN;
ventileren: het laten drogen van openstaande ladingtanks of tanks voor restproducten van een tankschip aan de buitenlucht nadat deze zijn schoongemaakt, waarbij de concentratie gevaarlijke gassen of dampen in het uitgeblazen mengsel op de plaats van uittreding: a. niet meer dan 10% van de onderste explosiegrens bedraagt; of
b. zich onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, bevindt voor de stoffen waarvoor op grond van artikel 3.2.3, tabel C, kolom 18, van het ADN een giftigheidsmeter is vereist.
a. niet meer dan 10% van de onderste explosiegrens bedraagt; of
b. zich onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, bevindt voor de stoffen waarvoor op grond van artikel 3.2.3, tabel C, kolom 18, van het ADN een giftigheidsmeter is vereist.
binnenschip: binnenschip als bedoeld in artikel 1 van de Binnenvaartwet;
bunkerschepen: tankschepen met aan boord scheepsaandrijfstoffen met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger ten behoeve van de afgifte ervan aan andere schepen;
gemengd afmeren: direct of indirect afmeren op ligplaatsen of wachtplaatsen of in sluizen door schepen die op grond van deze regeling zijn vrijgesteld van de afmeerafstanden, bedoeld in de artikelen 6.28, elfde lid, en 7.07, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
ontsmettingsmiddel: een toepassing van biociden en/of gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van insectenplagen in lading die in bulk wordt vervoerd (zoals graan, voeder, hout);
seinvoerend schip: binnenschip dat gevaarlijke stoffen vervoert waarvoor op grond van artikel 3.14, eerste lid dan wel tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement een of twee tekens zijn voorgeschreven;
tankschip: schip dat gebouwd is voor het in een ladingtank vervoeren van gassen of vloeistoffen als bedoeld in sectie 1.2.1 van het ADN;
ventileren: het laten drogen van openstaande ladingtanks of tanks voor restproducten van een tankschip aan de buitenlucht nadat deze zijn schoongemaakt, waarbij de concentratie gevaarlijke gassen of dampen in het uitgeblazen mengsel op de plaats van uittreding: a. niet meer dan 10% van de onderste explosiegrens bedraagt; of
b. zich onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, bevindt voor de stoffen waarvoor op grond van artikel 3.2.3, tabel C, kolom 18, van het ADN een giftigheidsmeter is vereist.
a. niet meer dan 10% van de onderste explosiegrens bedraagt; of
b. zich onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, bevindt voor de stoffen waarvoor op grond van artikel 3.2.3, tabel C, kolom 18, van het ADN een giftigheidsmeter is vereist.