BWBR0050646
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 29
Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines
1. De RDW kan de goedkeuring van een voertuig overeenkomstig artikel 23 Wegeverkeerswet 1994 weigeren indien naar het oordeel van RDW sprake is van:
a. een voertuig, ook al voldoet dit aan de toepasselijke voorschriften of is dit naar behoren gemerkt, een ernstig gevaar is voor de verkeersveiligheid, dan wel het milieu of de volksgezondheid ernstig schaadt, of
b. een prototype van een voertuig of een voertuig betreft dat is voorzien van een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer individuele toelatingseisen, of
c. een voertuig dat is voorzien van een of meer complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies die niet zijn toegestaan of niet voldoen aan het vereiste niveau van een toepasselijke individuele toelatingseis, dan wel niet voldoen aan de relevante voorschriften uit een latere versie van de betrokken regelgeving.
2. Voor de toepassing van het eerste lid onder c kan de aanvrager in voorkomend geval besluiten de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies, onder de verantwoordelijkheid van de voertuigfabrikant, uit te laten schakelen. De fabrikant dient onder vermelding van het voertuigidentificatienummer schriftelijk te verklaren dat de software van de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies definitief zijn uitgeschakeld én dat hij niet zal meewerken aan een softwarematige update van deze systemen zonder uitdrukkelijke toestemming van de goedkeuringsinstantie. De verklaring moet door de tekenbevoegde van de fabrikant zijn ondertekend. Systemen die vanuit de toepasselijke regelgeving verplicht zijn gesteld mogen niet worden uitgeschakeld tenzij expliciet anders is vermeld.
a. een voertuig, ook al voldoet dit aan de toepasselijke voorschriften of is dit naar behoren gemerkt, een ernstig gevaar is voor de verkeersveiligheid, dan wel het milieu of de volksgezondheid ernstig schaadt, of
b. een prototype van een voertuig of een voertuig betreft dat is voorzien van een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer individuele toelatingseisen, of
c. een voertuig dat is voorzien van een of meer complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies die niet zijn toegestaan of niet voldoen aan het vereiste niveau van een toepasselijke individuele toelatingseis, dan wel niet voldoen aan de relevante voorschriften uit een latere versie van de betrokken regelgeving.
2. Voor de toepassing van het eerste lid onder c kan de aanvrager in voorkomend geval besluiten de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies, onder de verantwoordelijkheid van de voertuigfabrikant, uit te laten schakelen. De fabrikant dient onder vermelding van het voertuigidentificatienummer schriftelijk te verklaren dat de software van de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies definitief zijn uitgeschakeld én dat hij niet zal meewerken aan een softwarematige update van deze systemen zonder uitdrukkelijke toestemming van de goedkeuringsinstantie. De verklaring moet door de tekenbevoegde van de fabrikant zijn ondertekend. Systemen die vanuit de toepasselijke regelgeving verplicht zijn gesteld mogen niet worden uitgeschakeld tenzij expliciet anders is vermeld.
- Citeren als
- Art. 29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050646
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl