BWBR0050571
Geldig vanaf 20-12-2024
Artikel 6
Regeling aanvullende middelen studentendaling MBO 2025 – 2027
1. De minister kan ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag informatie opvragen bij de commissie.
2. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in artikel 5 binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, zevende lid.
3. Indien de aanvraag wordt geweigerd op grond van artikel 4, kan het bevoegd gezag van 15 juli 2025 tot en met 1 september 2025 een nieuwe aanvraag op grond van deze regeling indienen.
4. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in het derde lid binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode.
2. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in artikel 5 binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, zevende lid.
3. Indien de aanvraag wordt geweigerd op grond van artikel 4, kan het bevoegd gezag van 15 juli 2025 tot en met 1 september 2025 een nieuwe aanvraag op grond van deze regeling indienen.
4. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in het derde lid binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050571
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl