BWBR0037603
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 4.1
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
1. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening of binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.
2. De termijn bedraagt 22 weken indien:
a. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en die Raad gezamenlijk of de Europese Commissie goedgekeurd programma,
b. de minister over de aanvraag extern advies inwint, of
c. de minister een nader onderzoek naar de aanvraag instelt.
3. De termijn bedraagt 40 weken indien de verlening afhankelijk is van het oordeel van een internationale commissie of van buitenlandse deskundigen.
4. Indien een termijn als bedoeld in het tweede of derde lid van toepassing is en dit niet reeds volgt uit een ministeriële regeling of een beleidsregel, deelt de minister dat zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager.
2. De termijn bedraagt 22 weken indien:
a. sprake is van cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en die Raad gezamenlijk of de Europese Commissie goedgekeurd programma,
b. de minister over de aanvraag extern advies inwint, of
c. de minister een nader onderzoek naar de aanvraag instelt.
3. De termijn bedraagt 40 weken indien de verlening afhankelijk is van het oordeel van een internationale commissie of van buitenlandse deskundigen.
4. Indien een termijn als bedoeld in het tweede of derde lid van toepassing is en dit niet reeds volgt uit een ministeriële regeling of een beleidsregel, deelt de minister dat zo spoedig mogelijk mee aan de aanvrager.