BWBR0050400
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 2
Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen
1. Een buitenlandse rechtsvorm waarvan de aard en inrichting onder het recht van de staat door wiens recht die rechtsvorm wordt beheerst vergelijkbaar is met de aard en inrichting, waaronder de in afdeling 2opgenomen wezenlijke kenmerken, van een Nederlandse rechtsvorm als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 9°, is vergelijkbaar met die Nederlandse rechtsvorm.
2. Een buitenlandse rechtsvorm is een niet-vergelijkbare rechtsvorm indien die buitenlandse rechtsvorm op grond van het eerste lid:
a. vergelijkbaar is met meer dan een van de Nederlandse rechtsvormen, bedoeld in dat lid; of
b. niet vergelijkbaar is met enige zodanige Nederlandse rechtsvorm.
3. Een buitenlandse rechtsvorm als genoemd in de rechtsvormenlijst wordt vermoed in overeenstemming met die lijst vergelijkbaar of niet vergelijkbaar te zijn met een Nederlandse rechtsvorm, tenzij het relevante recht van de staat door wiens recht die buitenlandse rechtsvorm wordt beheerst wezenlijk is veranderd na afloop van het in de rechtsvormenlijst genoemde kwalificatiejaar.
4. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste tot en met derde lid wordt als vergelijkbaar met een Nederlandse rechtsvorm als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, onder 10° of 11°, aangemerkt de buitenlandse rechtsvorm van een lichaam dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
2. Een buitenlandse rechtsvorm is een niet-vergelijkbare rechtsvorm indien die buitenlandse rechtsvorm op grond van het eerste lid:
a. vergelijkbaar is met meer dan een van de Nederlandse rechtsvormen, bedoeld in dat lid; of
b. niet vergelijkbaar is met enige zodanige Nederlandse rechtsvorm.
3. Een buitenlandse rechtsvorm als genoemd in de rechtsvormenlijst wordt vermoed in overeenstemming met die lijst vergelijkbaar of niet vergelijkbaar te zijn met een Nederlandse rechtsvorm, tenzij het relevante recht van de staat door wiens recht die buitenlandse rechtsvorm wordt beheerst wezenlijk is veranderd na afloop van het in de rechtsvormenlijst genoemde kwalificatiejaar.
4. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste tot en met derde lid wordt als vergelijkbaar met een Nederlandse rechtsvorm als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, onder 10° of 11°, aangemerkt de buitenlandse rechtsvorm van een lichaam dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.