BWBR0011353
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 2.14bis
Wet inkomstenbelasting 2001
1. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven, onderscheidenlijk kosten, van een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap en een transparant fonds, toegerekend aan de participanten in dat lichaam naar rato van ieders gerechtigdheid.
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven, onderscheidenlijk kosten, van een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam toegerekend aan de participanten in dat lichaam naar rato van ieders gerechtigdheid:
a. mits de rechtsvorm van dat lichaam vergelijkbaar is met die van een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of met die van een transparant fonds; of
b. indien onderdeel a niet van toepassing is: mits de rechtsvorm van dat lichaam niet vergelijkbaar is met die van een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c, e, f of g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en dat lichaam geen lichaam is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, of artikel 3, tweede lid, van die wet.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een fonds voor gemene rekening en het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een omgekeerd hybride lichaam als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, elfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>.
4. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven, onderscheidenlijk kosten, van een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam toegerekend aan dat lichaam, indien die niet op grond van het tweede lid of artikel 2.14aworden toegerekend aan een ander dan dat lichaam.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de beoordeling of voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam een met de rechtsvorm van een lichaam als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, onderdelen c, e of g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>of een met die van een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of transparant fonds vergelijkbare rechtsvorm heeft. Daarbij kunnen ook regels worden gesteld voor de beoordeling of een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam naast de rechtsvorm ook voor het overige met een lichaam vergelijkbaar is als bedoeld in de eerste zin.
6. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een fonds voor gemene rekening verstaan: een fonds voor gemene rekening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>.
7. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een transparant fonds verstaan: een fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden door het voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden, tenzij dat fonds een fonds voor gemene rekening is.
2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven, onderscheidenlijk kosten, van een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam toegerekend aan de participanten in dat lichaam naar rato van ieders gerechtigdheid:
a. mits de rechtsvorm van dat lichaam vergelijkbaar is met die van een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of met die van een transparant fonds; of
b. indien onderdeel a niet van toepassing is: mits de rechtsvorm van dat lichaam niet vergelijkbaar is met die van een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c, e, f of g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en dat lichaam geen lichaam is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, of artikel 3, tweede lid, van die wet.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op een fonds voor gemene rekening en het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een omgekeerd hybride lichaam als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, elfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>.
4. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven, onderscheidenlijk kosten, van een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam toegerekend aan dat lichaam, indien die niet op grond van het tweede lid of artikel 2.14aworden toegerekend aan een ander dan dat lichaam.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de beoordeling of voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam een met de rechtsvorm van een lichaam als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, onderdelen c, e of g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>of een met die van een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of transparant fonds vergelijkbare rechtsvorm heeft. Daarbij kunnen ook regels worden gesteld voor de beoordeling of een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam naast de rechtsvorm ook voor het overige met een lichaam vergelijkbaar is als bedoeld in de eerste zin.
6. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een fonds voor gemene rekening verstaan: een fonds voor gemene rekening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>.
7. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een transparant fonds verstaan: een fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden door het voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden, tenzij dat fonds een fonds voor gemene rekening is.