BWBR0050340
Geldig vanaf 2024-10-30
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2024–2027
Onverminderd de in artikel 11en 12 van het Kaderbesluitvermelde afwijzingsgronden, wordt een aanvraag tot subsidie in ieder geval afgewezen indien:
a. al subsidie is verstrekt voor hetzelfde project op grond van: 1° deze regeling;
2° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023;
3° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026.
1° deze regeling;
2° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023;
3° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026.
b. sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van dat project is ingediend;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
f. voor een project niet minimaal een stikstofdepositiereductie van 0,03 mol/hectare/jaar/miljoen euro subsidie per project wordt behaald.
a. al subsidie is verstrekt voor hetzelfde project op grond van: 1° deze regeling;
2° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023;
3° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026.
1° deze regeling;
2° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2022–2023;
3° de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026.
b. sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van dat project is ingediend;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
f. voor een project niet minimaal een stikstofdepositiereductie van 0,03 mol/hectare/jaar/miljoen euro subsidie per project wordt behaald.