BWBR0050340
Geldig vanaf 2024-10-30
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2024–2027
1. Voor de periode tot en met 31 december 2027 is voor projecten, als bedoeld in artikel 1, ten hoogste € 18.800.000,00 beschikbaar:
a. € 4.700.000,00 voor de eerste tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a;
b. € 4.700.000,00 voor de tweede tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede, lid onder b;
c. € 4.700.000,00 voor de derde tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder c;
d. € 4.700.000,00 voor de vierde tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder d.
2. De subsidie wordt verleend met toepassing van artikel 56 ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. De subsidie bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.000.000,00 per project.
4. Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek;
b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of
c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.
5. Subsidie die door de Commissie van de Europese Unie is verstrekt voor hetzelfde project, wordt niet in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt.
a. € 4.700.000,00 voor de eerste tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a;
b. € 4.700.000,00 voor de tweede tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede, lid onder b;
c. € 4.700.000,00 voor de derde tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder c;
d. € 4.700.000,00 voor de vierde tenderronde zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder d.
2. De subsidie wordt verleend met toepassing van artikel 56 ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. De subsidie bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.000.000,00 per project.
4. Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek;
b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of
c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.
5. Subsidie die door de Commissie van de Europese Unie is verstrekt voor hetzelfde project, wordt niet in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt.