BWBR0050330
Geldig vanaf 2024-10-26
Artikel 38
Regeling bekostiging WPO en WEC 2025
1. Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als justitiële jeugdinrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een gesloten jeugdhulpinstelling, ontvangt aanvullende bekostiging.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor zowel justitiële jeugdinrichtingen als gesloten jeugdhulpinstellingen € 50.040,74 per vestiging en € 25.051,65 per onbezette capaciteitsplaats. Voor justitiële jeugdinrichtingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplek € 13.792,61 en voor gesloten jeugdhulpinstellingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplaats € 5.761,71.
3. Het aantal capaciteitsplaatsen per vestiging is gelijk aan de door de Minister van Asiel en Migratie toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een gesloten jeugdhulpinstelling betreft. Het aantal onbezette capaciteitsplaatsen is het verschil tussen het aantal capaciteitsplaatsen van de school en de som van het aantal leerlingen per justitiële jeugdinrichting vestiging dan wel gesloten jeugdhulpinstelling per vestiging op 1 februari 2024.
4. De bekostiging van een nieuwe vestiging vangt aan op 1 augustus van enig jaar. De bekostiging voor het kalenderjaar waarin de bekostiging aanvangt wordt berekend overeenkomstig het tweede en zesde lid vermenigvuldigd met 41,67%.
5. De bekostiging, bedoeld in het tweede en zesde lid, wordt voorafgaand aan het bekostigingsjaar voorlopig vastgesteld op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 januari 2024 en indien het een nieuwe vestiging betreft op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 augustus 2024.
6. In aanvulling op het bedrag per capaciteitsplaats voor een gesloten jeugdhulpinstelling, bedoeld in het tweede lid, ontvangt een bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, in kalenderjaar 2025 een extra bedrag van € 7.233,27 per capaciteitsplaats.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor zowel justitiële jeugdinrichtingen als gesloten jeugdhulpinstellingen € 50.040,74 per vestiging en € 25.051,65 per onbezette capaciteitsplaats. Voor justitiële jeugdinrichtingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplek € 13.792,61 en voor gesloten jeugdhulpinstellingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplaats € 5.761,71.
3. Het aantal capaciteitsplaatsen per vestiging is gelijk aan de door de Minister van Asiel en Migratie toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een gesloten jeugdhulpinstelling betreft. Het aantal onbezette capaciteitsplaatsen is het verschil tussen het aantal capaciteitsplaatsen van de school en de som van het aantal leerlingen per justitiële jeugdinrichting vestiging dan wel gesloten jeugdhulpinstelling per vestiging op 1 februari 2024.
4. De bekostiging van een nieuwe vestiging vangt aan op 1 augustus van enig jaar. De bekostiging voor het kalenderjaar waarin de bekostiging aanvangt wordt berekend overeenkomstig het tweede en zesde lid vermenigvuldigd met 41,67%.
5. De bekostiging, bedoeld in het tweede en zesde lid, wordt voorafgaand aan het bekostigingsjaar voorlopig vastgesteld op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 januari 2024 en indien het een nieuwe vestiging betreft op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 augustus 2024.
6. In aanvulling op het bedrag per capaciteitsplaats voor een gesloten jeugdhulpinstelling, bedoeld in het tweede lid, ontvangt een bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, in kalenderjaar 2025 een extra bedrag van € 7.233,27 per capaciteitsplaats.