BWBR0050330
Geldig vanaf 2024-10-26
Artikel 36
Regeling bekostiging WPO en WEC 2025
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs;
b. vreemdeling: – leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Asiel en Migratie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– woonachtig is in Nederland.
– leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Asiel en Migratie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– woonachtig is in Nederland.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. leerling – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
– woonachtig is in Nederland.
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
– woonachtig is in Nederland.
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een school en woonachtig is in Nederland.
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, en die ingeschreven staat op een school en woonachtig is in Nederland.
3. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
4. De aanvullende bekostiging die op grond van het derde lid wordt verstrekt voor de vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school voor basisonderwijs met inachtneming van de peildata in het zesde lid.
5. In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
6. De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. 1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
7. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
8. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 16.537,16.
9. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. het aantal ingeschreven vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum;
c. in geval van toepassing van het achtste lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
10. De bekostiging, bedoeld in het zesde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 4.287,79 vermenigvuldigd met 25,00%.
11. Voor de toepassing van dit artikel wordt als vreemdeling tevens aangemerkt de leerling:
a. met een verblijfsrechtelijke status als bedoeld in artikel 34, tiende lid;
b. met een onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij vreemdeling is; of
c. met een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in artikel 34, tiende lid.
12. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs;
b. vreemdeling: – leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Asiel en Migratie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– woonachtig is in Nederland.
– leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– die door de Minister van Asiel en Migratie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
– woonachtig is in Nederland.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. leerling – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
– woonachtig is in Nederland.
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
– woonachtig is in Nederland.
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een school en woonachtig is in Nederland.
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, en die ingeschreven staat op een school en woonachtig is in Nederland.
3. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
4. De aanvullende bekostiging die op grond van het derde lid wordt verstrekt voor de vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school voor basisonderwijs met inachtneming van de peildata in het zesde lid.
5. In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
6. De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. 1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. 1 april voor de periode april tot en met juni;
c. 1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. 1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
7. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
8. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 16.537,16.
9. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. het aantal ingeschreven vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum;
c. in geval van toepassing van het achtste lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
10. De bekostiging, bedoeld in het zesde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 4.287,79 vermenigvuldigd met 25,00%.
11. Voor de toepassing van dit artikel wordt als vreemdeling tevens aangemerkt de leerling:
a. met een verblijfsrechtelijke status als bedoeld in artikel 34, tiende lid;
b. met een onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij vreemdeling is; of
c. met een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in artikel 34, tiende lid.
12. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.