BWBR0050217
Geldig vanaf 2025-03-05
Artikel 3a
Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs
1. De adviescommissie heeft met betrekking tot de regeling Techkwadraattot taak:
a. het beoordelen van het ingediende activiteitenplan, de regiovisie en de sluitende meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 1.8, tweede lid, onderdelen a en c, van de regeling Techkwadraat aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen als Bijlage 1 bij de regeling, en het adviseren van de minister hierover;
b. het adviseren van de minister over de ingediende activiteitenplan, regiovisie, en sluitende meerjarenbegroting, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering;
c. het adviseren van de minister op significante koerswijzigingen binnen het ingediende activiteitenplan;
d. het op verzoek van de minister adviseren van de penvoerder over de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.13 van de regeling Techkwadraat;
e. het op verzoek van de minister adviseren van de penvoerder over het eindverslag, zoals bedoeld in artikel 1.12, eerste lid, onderdeel c, van de regeling Techkwadraat;
f. het op verzoek van de minister reflecteren op de tussenrapportages en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert.
2. Voor de taken, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, adviseert de adviescommissie de minister binnen 13 weken na afloop van elke indienperiode als bedoeld in artikel 1.8, derde lid, van de regeling Techkwadraat.
a. het beoordelen van het ingediende activiteitenplan, de regiovisie en de sluitende meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 1.8, tweede lid, onderdelen a en c, van de regeling Techkwadraat aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen als Bijlage 1 bij de regeling, en het adviseren van de minister hierover;
b. het adviseren van de minister over de ingediende activiteitenplan, regiovisie, en sluitende meerjarenbegroting, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering;
c. het adviseren van de minister op significante koerswijzigingen binnen het ingediende activiteitenplan;
d. het op verzoek van de minister adviseren van de penvoerder over de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.13 van de regeling Techkwadraat;
e. het op verzoek van de minister adviseren van de penvoerder over het eindverslag, zoals bedoeld in artikel 1.12, eerste lid, onderdeel c, van de regeling Techkwadraat;
f. het op verzoek van de minister reflecteren op de tussenrapportages en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert.
2. Voor de taken, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, adviseert de adviescommissie de minister binnen 13 weken na afloop van elke indienperiode als bedoeld in artikel 1.8, derde lid, van de regeling Techkwadraat.