BWBR0050109
Artikel 5
Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2025
1. Tarieven
De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld
in artikel 13, 14 en 15 (beleidsregelwaarden).
De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven.
Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij
het maken van productieafspraken kunnen de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder
lagere tarieven afspreken.
Een uitzondering betreft de prestaties voor bepaalde postcodegebieden waarin zorglevering
duurder is dan in andere gebieden. Die prestaties zijn beschreven in artikel 6, derde lid. Daarvoor geldt een bandbreedtetarief: een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan
het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste als tarief in rekening mag
worden gebracht. Het gedeelte van 0 tot en met de laagste bandbreedte, het minimumtarief,
is dus niet onderhandelbaar. Het gedeelte van het minimum tot de hoogste bandbreedte,
het maximumtarief, is wel onderhandelbaar. De Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de
zorgaanbieder kunnen in zoverre dus lagere tarieven afspreken.
2. Aanvaardbare kosten
Voor zover de aanvaardbare kosten bestaan uit zzp’s of vpt’s, dan worden die bepaald
door de gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden
zoals vermeld in deze beleidsregel.
3. Opbouw beleidsregelwaarden
Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden wordt verwezen naar het Verantwoordingsdocument
‘Prestaties en tarieven langdurige zorg – Fase 2: van kosten naar tarieven’ (zie bijlage 5). Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor vv4 t/m 10 wordt verwezen
naar de bijlage 4 ‘Tariefberekening zzp en vpt 4 t/m 10 – Beleidsregelwaarden 2020
en indicatieve berekening kwaliteitstoeslagen 2021’ en bijlage 9 ‘Indicatieve tarieven
verpleeghuiszorg 2022’ van beleidsregel BR/REG 21118d.
4. Beleidsregelwaarden in- of exclusief behandeling vv en ghz
Het is mogelijk om een vpt, zzp vv of zzp ghz exclusief behandeling af te spreken
en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties die vermeld zijn
in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Deze behandelprestaties
kunnen worden toegekend voor zover de totale kosten (beleidsregelwaarde zzp exclusief
behandeling + uitgaven afzonderlijke behandelprestaties) daarvan niet de maximale
beleidsregelwaarde voor zzp inclusief behandeling overschrijdt. Voor de zzp’s en vpt’s
1 en 2 is er geen prestatie inclusief behandeling. Voor deze zzp’s/vpt’s kunnen de
behandelprestaties uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire
zorg worden toegekend tot maximaal het verschil tussen zzp-/vpt-3 inclusief behandeling
en zzp-/vpt-3 exclusief behandeling.
5. Beleidsregelwaarden ggz wonen integraal of modulair
Voor ggz wonen is het mogelijk een zzp integraal of modulair af te spreken. Uitgangspunt
hierbij is dat een zzp integraal wordt afgesproken, tenzij hier om inhoudelijke redenen
voor een cliënt van afgeweken moet worden. Een vpt kan enkel modulair worden afgesproken.
Bij een zzp integraal zijn alle onderdelen van zorg opgenomen in de prestaties en
daarbij behorende beleidsregelwaarden: woonzorg, specifieke behandeling, ggz-behandeling
en algemeen medische zorg. De prestaties met daarbij behorende beleidsregelwaarden
van een zzp modulair of vpt modulair betreffen de woonzorg. Het is mogelijk een zzp
of vpt modulair af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties
voor specifieke behandeling die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven modulaire zorg. Behandelprestaties voor ggz-behandeling en algemeen medische
zorg gaan bij een zzp modulair of vpt modulair ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
6. Tarieven in- of exclusief dagbesteding
Bij sommige vpt’s en zzp’s is sprake van een integraal pakket waarbij de dagbesteding
niet afzonderlijk kan worden afgesproken. Bij andere vpt’s en zzp’s is het mogelijk
om de componenten dagbesteding en woonzorg afzonderlijk af te spreken.
Voor de cliënten die zijn aangewezen op een zzp vv, zzp lvg of zzp sglvg-1 is de component
dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel van het zzp. De dagbesteding kan voor deze
prestaties niet apart afgesproken worden.
Voor cliënten die zijn aangewezen op een zzp ggz-b inclusief dagbesteding geldt dat
de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel is van het zzp. De dagbesteding
voor deze cliëntengroep kan niet apart afgesproken worden. Cliënten kunnen ook aangewezen
zijn op een zzp ggz-b exclusief dagbesteding indien ze geen dagbesteding behoeven.
Voor cliënten die zijn aangewezen zijn op een zzp ggz-wonen, zzp vg, zzp lg of zzp
zg is de component dagbesteding niet een onlosmakelijk onderdeel van de zzp-prestatie.
Er is sprake van:
– zzp’s exclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 13, derde lid staan;
– zzp’s inclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 13, derde lid staan;
– afzonderlijke dagbestedingsprestaties waarvan de tarieven in artikel 13, vijfde lid staan. Het aantal afzonderlijke dagdelen dagbesteding dat wordt afgesproken moet
passen binnen de zzp-prestatie of vpt-prestatie die past bij de indicatie van de cliënt.
Een toeslag op de dagbesteding van kinderen mag tot een kalenderleeftijd van 18 jaar
worden afgesproken.
7. Prestatie vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling
Een cliënt heeft op grond van de Wlz aanspraak op vervoer naar en van de dagbesteding/dagbehandeling wanneer deze cliënt
hier redelijkerwijs op is aangewezen. In dat geval kan per aanwezigheidsdag waarop
vervoer naar dagbesteding (begeleiding in groepsverband)/dagbehandeling plaatsvindt,
een vergoeding voor vervoer worden afgesproken. Deze vergoeding per dag is voor het
vervoer van en naar de locatie waar de dagbesteding of dagbehandeling wordt aangeboden.
Dit onderdeel is van toepassing op de volgende cliëntgroepen:
a. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vg, lg, zg of een bij
deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen;
b. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp lvg of sglvg of een bij
deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding /dagbehandeling ontvangen;
c. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp ggz-b of ggz wonen of
een bij deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen;
d. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vv of een bij deze zzp’s
passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg én die dagbesteding/dagbehandeling behoeven op afstand van de verblijfslocatie waarbij
het vervoer om medische redenen noodzakelijk is.
De beleidsregelwaarden behorend bij vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling zijn opgenomen
in artikel 13, zesde lid (zzp) en artikel 15, vijfde lid (vpt) van deze beleidsregel. Hierbij wordt ook een onderscheid gemaakt in de verblijfsplaats
van de cliënt. Voor het vervoer van cliënten met een zzp die de dagbesteding van dezelfde
zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden Z-codes. Voor het vervoer van cliënten
die de dagbesteding niet van dezelfde zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden
H-codes.
De prestatiebeschrijving vervoer is opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder i.
Er zijn aparte prestaties voor het vervoer van:
– cliënten met een zzp/vpt vg, lg, zg, lvg en sglvg;
– cliënten met een zzp/vpt vv;
– cliënten met een zzp ggz-b;
– cliënten met een zzp ggz wonen.
De vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg zijn gebaseerd op een
aantal cliëntkenmerken (het onderscheid tussen individueel vervoer en vervoer in groep,
kind en volwassene, rolstoelgebonden en niet-rolstoelgebonden cliënten,) en een aantal
vervoerskenmerken (gecontracteerd vervoer, eigen vervoermiddel zorgaanbieder/ouder/vrijwilliger,
eigen vervoermiddel cliënt, openbaar vervoer). Daarnaast is in de prestatie-indeling
rekening gehouden met de postcode-afstand tussen de verblijfplaats van de cliënt en
de plek waar de cliënt de dagbesteding/behandeling ontvangt. De tabel in artikel 6, vierde lid, onder i geeft aan in welke prestatiecategorie een cliënt valt.
Het gecontracteerde vervoer betreft het vervoer dat wordt geleverd door een professionele
vervoerder (taxi-vervoer) waarmee de zorgaanbieder een contract heeft afgesloten.
Het niet-gecontracteerde vervoer betreft alle overige vormen van vervoer, waaronder
vervoer met vervoersmiddelen die eigendom zijn van de zorgaanbieder of een aan de
zorgaanbieder gelieerde onderneming.
Afwijkingsmogelijkheid
Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in
individuele gevallen af te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan
om twee redenen:
1. Meer maatwerk
In de praktijk blijkt dat de vervoerskosten per instelling sterk verschillen. Met
de huidige indeling in zeven prestatiecategorieën wordt beter aangesloten bij de verschillen.
Er kunnen echter situaties zijn dat het tarief voor de toepasbare categorie te hoog
of te laag is. Indien er een structurele noodzaak is, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor
in gezamenlijk overleg afwijken van de vastgestelde categorie-indeling zoals in de
tabel in de toelichting staat weergegeven. Met deze vrijheid om in afstemming met
het zorgkantoor cliënten in een andere categorie te plaatsen, kan de vergoeding nog
beter aansluiten bij de situatie van individuele zorgaanbieders. Een overeengekomen
afwijking moet beargumenteerd worden vastgelegd.
2. Minder administratie bij wisselende afstanden of vervoermiddelen
Om tegemoet te komen aan zorgaanbieders die administratieve last ervaren bij wisselende
vervoersafstanden of wisselend gebruik van verschillende vervoermiddelen, kunnen zorgaanbieders
de volgende werkwijze hanteren:
ؘ– bij wisselende vervoersafstanden het adres waar de cliënt geregistreerd staat (als
verblijfsadres), of de dagbestedingslocatie waar de cliënt in de meeste gevallen naar
toe gaat, of een gemiddelde afstand als uitgangspunt te nemen, en de categorie die
daarbij hoort standaard te declareren, in plaats van de verschillen in afstanden tussen
dagen/weken steeds in de administratie bij te houden;
ؘ– bij wisselende manieren van vervoer als uitgangspunt voor declaratie de wijze van
vervoer te nemen zoals cliënt in de meeste gevallen reist, in plaats van de wijze
van vervoer steeds in de administratie te moeten aanpassen.
Een zorgaanbieder moet het wel vastleggen wanneer hij deze werkwijze hanteert.
Voor het vervoer van cliënten in de sector vv wordt aangesloten bij twee prestatiecategorieën
uit de tabel in artikel 6, vierde lid, onder i. Er zijn aparte prestatiecodes voor vervoer in de vv. In de vv zijn de categorieën
C0 en C1 van toepassing. C0 is voor niet-gecontracteerd vervoer. Hieronder vallen
bijvoorbeeld eigen vervoermiddel en openbaar vervoer. C1 is in de vv voor alle gecontracteerd
vervoer, zowel voor niet-rolstoelgebonden als rolstoelgebonden cliënten.
De vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen sluiten aan bij de vervoersprestaties
voor cliënten in de gehandicaptenzorg, zoals hierboven beschreven. Wel zijn er aparte
prestatiecodes voor de vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen. Op basis van de
tabel Prestatiecategoriën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz/ggz wonen in artikel 6, vierde lid, onder i, kan ook voor de doelgroep ggz wonen bepaald worden in welke prestatiecategorie een
cliënt valt.
8. Prestatie logeren
a. Het is mogelijk om een logeerprestatie te combineren met behandelprestaties, voor
zover behandeling niet is meegenomen in de logeerprestatie. Ook is het mogelijk dagbestedingsprestaties
te leveren in combinatie met een logeerprestatie wanneer de cliënt behoefte heeft
aan dagbesteding gedurende het logeren. De behandel- en dagbestedingsprestaties zijn
vermeld in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.
b. Geen van de toeslagen genoemd in artikel 7 van deze beleidsregel mag in combinatie met een logeerprestatie in rekening worden
gebracht.
c. Er is een prestatiebeschrijving logeren voor vv, vg, zg, lg, lvg en ggz wonen, en
een prestatiebeschrijving logeren voor cliënten met een zeer ernstige verstandelijke
en meervoudige beperking (zevmb). De prestatiebeschrijvingen zijn opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder g en h van deze beleidsregel.
De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld
in artikel 13, 14 en 15 (beleidsregelwaarden).
De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven.
Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij
het maken van productieafspraken kunnen de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder
lagere tarieven afspreken.
Een uitzondering betreft de prestaties voor bepaalde postcodegebieden waarin zorglevering
duurder is dan in andere gebieden. Die prestaties zijn beschreven in artikel 6, derde lid. Daarvoor geldt een bandbreedtetarief: een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan
het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste als tarief in rekening mag
worden gebracht. Het gedeelte van 0 tot en met de laagste bandbreedte, het minimumtarief,
is dus niet onderhandelbaar. Het gedeelte van het minimum tot de hoogste bandbreedte,
het maximumtarief, is wel onderhandelbaar. De Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de
zorgaanbieder kunnen in zoverre dus lagere tarieven afspreken.
2. Aanvaardbare kosten
Voor zover de aanvaardbare kosten bestaan uit zzp’s of vpt’s, dan worden die bepaald
door de gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden
zoals vermeld in deze beleidsregel.
3. Opbouw beleidsregelwaarden
Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden wordt verwezen naar het Verantwoordingsdocument
‘Prestaties en tarieven langdurige zorg – Fase 2: van kosten naar tarieven’ (zie bijlage 5). Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor vv4 t/m 10 wordt verwezen
naar de bijlage 4 ‘Tariefberekening zzp en vpt 4 t/m 10 – Beleidsregelwaarden 2020
en indicatieve berekening kwaliteitstoeslagen 2021’ en bijlage 9 ‘Indicatieve tarieven
verpleeghuiszorg 2022’ van beleidsregel BR/REG 21118d.
4. Beleidsregelwaarden in- of exclusief behandeling vv en ghz
Het is mogelijk om een vpt, zzp vv of zzp ghz exclusief behandeling af te spreken
en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties die vermeld zijn
in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Deze behandelprestaties
kunnen worden toegekend voor zover de totale kosten (beleidsregelwaarde zzp exclusief
behandeling + uitgaven afzonderlijke behandelprestaties) daarvan niet de maximale
beleidsregelwaarde voor zzp inclusief behandeling overschrijdt. Voor de zzp’s en vpt’s
1 en 2 is er geen prestatie inclusief behandeling. Voor deze zzp’s/vpt’s kunnen de
behandelprestaties uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire
zorg worden toegekend tot maximaal het verschil tussen zzp-/vpt-3 inclusief behandeling
en zzp-/vpt-3 exclusief behandeling.
5. Beleidsregelwaarden ggz wonen integraal of modulair
Voor ggz wonen is het mogelijk een zzp integraal of modulair af te spreken. Uitgangspunt
hierbij is dat een zzp integraal wordt afgesproken, tenzij hier om inhoudelijke redenen
voor een cliënt van afgeweken moet worden. Een vpt kan enkel modulair worden afgesproken.
Bij een zzp integraal zijn alle onderdelen van zorg opgenomen in de prestaties en
daarbij behorende beleidsregelwaarden: woonzorg, specifieke behandeling, ggz-behandeling
en algemeen medische zorg. De prestaties met daarbij behorende beleidsregelwaarden
van een zzp modulair of vpt modulair betreffen de woonzorg. Het is mogelijk een zzp
of vpt modulair af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties
voor specifieke behandeling die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen
en tarieven modulaire zorg. Behandelprestaties voor ggz-behandeling en algemeen medische
zorg gaan bij een zzp modulair of vpt modulair ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
6. Tarieven in- of exclusief dagbesteding
Bij sommige vpt’s en zzp’s is sprake van een integraal pakket waarbij de dagbesteding
niet afzonderlijk kan worden afgesproken. Bij andere vpt’s en zzp’s is het mogelijk
om de componenten dagbesteding en woonzorg afzonderlijk af te spreken.
Voor de cliënten die zijn aangewezen op een zzp vv, zzp lvg of zzp sglvg-1 is de component
dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel van het zzp. De dagbesteding kan voor deze
prestaties niet apart afgesproken worden.
Voor cliënten die zijn aangewezen op een zzp ggz-b inclusief dagbesteding geldt dat
de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel is van het zzp. De dagbesteding
voor deze cliëntengroep kan niet apart afgesproken worden. Cliënten kunnen ook aangewezen
zijn op een zzp ggz-b exclusief dagbesteding indien ze geen dagbesteding behoeven.
Voor cliënten die zijn aangewezen zijn op een zzp ggz-wonen, zzp vg, zzp lg of zzp
zg is de component dagbesteding niet een onlosmakelijk onderdeel van de zzp-prestatie.
Er is sprake van:
– zzp’s exclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 13, derde lid staan;
– zzp’s inclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 13, derde lid staan;
– afzonderlijke dagbestedingsprestaties waarvan de tarieven in artikel 13, vijfde lid staan. Het aantal afzonderlijke dagdelen dagbesteding dat wordt afgesproken moet
passen binnen de zzp-prestatie of vpt-prestatie die past bij de indicatie van de cliënt.
Een toeslag op de dagbesteding van kinderen mag tot een kalenderleeftijd van 18 jaar
worden afgesproken.
7. Prestatie vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling
Een cliënt heeft op grond van de Wlz aanspraak op vervoer naar en van de dagbesteding/dagbehandeling wanneer deze cliënt
hier redelijkerwijs op is aangewezen. In dat geval kan per aanwezigheidsdag waarop
vervoer naar dagbesteding (begeleiding in groepsverband)/dagbehandeling plaatsvindt,
een vergoeding voor vervoer worden afgesproken. Deze vergoeding per dag is voor het
vervoer van en naar de locatie waar de dagbesteding of dagbehandeling wordt aangeboden.
Dit onderdeel is van toepassing op de volgende cliëntgroepen:
a. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vg, lg, zg of een bij
deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen;
b. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp lvg of sglvg of een bij
deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding /dagbehandeling ontvangen;
c. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp ggz-b of ggz wonen of
een bij deze zzp’s passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen;
d. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vv of een bij deze zzp’s
passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg én die dagbesteding/dagbehandeling behoeven op afstand van de verblijfslocatie waarbij
het vervoer om medische redenen noodzakelijk is.
De beleidsregelwaarden behorend bij vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling zijn opgenomen
in artikel 13, zesde lid (zzp) en artikel 15, vijfde lid (vpt) van deze beleidsregel. Hierbij wordt ook een onderscheid gemaakt in de verblijfsplaats
van de cliënt. Voor het vervoer van cliënten met een zzp die de dagbesteding van dezelfde
zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden Z-codes. Voor het vervoer van cliënten
die de dagbesteding niet van dezelfde zorgaanbieder krijgen als het verblijf gelden
H-codes.
De prestatiebeschrijving vervoer is opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder i.
Er zijn aparte prestaties voor het vervoer van:
– cliënten met een zzp/vpt vg, lg, zg, lvg en sglvg;
– cliënten met een zzp/vpt vv;
– cliënten met een zzp ggz-b;
– cliënten met een zzp ggz wonen.
De vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg zijn gebaseerd op een
aantal cliëntkenmerken (het onderscheid tussen individueel vervoer en vervoer in groep,
kind en volwassene, rolstoelgebonden en niet-rolstoelgebonden cliënten,) en een aantal
vervoerskenmerken (gecontracteerd vervoer, eigen vervoermiddel zorgaanbieder/ouder/vrijwilliger,
eigen vervoermiddel cliënt, openbaar vervoer). Daarnaast is in de prestatie-indeling
rekening gehouden met de postcode-afstand tussen de verblijfplaats van de cliënt en
de plek waar de cliënt de dagbesteding/behandeling ontvangt. De tabel in artikel 6, vierde lid, onder i geeft aan in welke prestatiecategorie een cliënt valt.
Het gecontracteerde vervoer betreft het vervoer dat wordt geleverd door een professionele
vervoerder (taxi-vervoer) waarmee de zorgaanbieder een contract heeft afgesloten.
Het niet-gecontracteerde vervoer betreft alle overige vormen van vervoer, waaronder
vervoer met vervoersmiddelen die eigendom zijn van de zorgaanbieder of een aan de
zorgaanbieder gelieerde onderneming.
Afwijkingsmogelijkheid
Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in
individuele gevallen af te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan
om twee redenen:
1. Meer maatwerk
In de praktijk blijkt dat de vervoerskosten per instelling sterk verschillen. Met
de huidige indeling in zeven prestatiecategorieën wordt beter aangesloten bij de verschillen.
Er kunnen echter situaties zijn dat het tarief voor de toepasbare categorie te hoog
of te laag is. Indien er een structurele noodzaak is, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor
in gezamenlijk overleg afwijken van de vastgestelde categorie-indeling zoals in de
tabel in de toelichting staat weergegeven. Met deze vrijheid om in afstemming met
het zorgkantoor cliënten in een andere categorie te plaatsen, kan de vergoeding nog
beter aansluiten bij de situatie van individuele zorgaanbieders. Een overeengekomen
afwijking moet beargumenteerd worden vastgelegd.
2. Minder administratie bij wisselende afstanden of vervoermiddelen
Om tegemoet te komen aan zorgaanbieders die administratieve last ervaren bij wisselende
vervoersafstanden of wisselend gebruik van verschillende vervoermiddelen, kunnen zorgaanbieders
de volgende werkwijze hanteren:
ؘ– bij wisselende vervoersafstanden het adres waar de cliënt geregistreerd staat (als
verblijfsadres), of de dagbestedingslocatie waar de cliënt in de meeste gevallen naar
toe gaat, of een gemiddelde afstand als uitgangspunt te nemen, en de categorie die
daarbij hoort standaard te declareren, in plaats van de verschillen in afstanden tussen
dagen/weken steeds in de administratie bij te houden;
ؘ– bij wisselende manieren van vervoer als uitgangspunt voor declaratie de wijze van
vervoer te nemen zoals cliënt in de meeste gevallen reist, in plaats van de wijze
van vervoer steeds in de administratie te moeten aanpassen.
Een zorgaanbieder moet het wel vastleggen wanneer hij deze werkwijze hanteert.
Voor het vervoer van cliënten in de sector vv wordt aangesloten bij twee prestatiecategorieën
uit de tabel in artikel 6, vierde lid, onder i. Er zijn aparte prestatiecodes voor vervoer in de vv. In de vv zijn de categorieën
C0 en C1 van toepassing. C0 is voor niet-gecontracteerd vervoer. Hieronder vallen
bijvoorbeeld eigen vervoermiddel en openbaar vervoer. C1 is in de vv voor alle gecontracteerd
vervoer, zowel voor niet-rolstoelgebonden als rolstoelgebonden cliënten.
De vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen sluiten aan bij de vervoersprestaties
voor cliënten in de gehandicaptenzorg, zoals hierboven beschreven. Wel zijn er aparte
prestatiecodes voor de vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen. Op basis van de
tabel Prestatiecategoriën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz/ggz wonen in artikel 6, vierde lid, onder i, kan ook voor de doelgroep ggz wonen bepaald worden in welke prestatiecategorie een
cliënt valt.
8. Prestatie logeren
a. Het is mogelijk om een logeerprestatie te combineren met behandelprestaties, voor
zover behandeling niet is meegenomen in de logeerprestatie. Ook is het mogelijk dagbestedingsprestaties
te leveren in combinatie met een logeerprestatie wanneer de cliënt behoefte heeft
aan dagbesteding gedurende het logeren. De behandel- en dagbestedingsprestaties zijn
vermeld in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.
b. Geen van de toeslagen genoemd in artikel 7 van deze beleidsregel mag in combinatie met een logeerprestatie in rekening worden
gebracht.
c. Er is een prestatiebeschrijving logeren voor vv, vg, zg, lg, lvg en ggz wonen, en
een prestatiebeschrijving logeren voor cliënten met een zeer ernstige verstandelijke
en meervoudige beperking (zevmb). De prestatiebeschrijvingen zijn opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder g en h van deze beleidsregel.