BWBR0050095
Artikel 4
Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2025
1
Aangewezen vormen van zorg
Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 3 van het Besluit genoemde vorm van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan
vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien
van de verstrekking van de BBAZ aan zorgaanbieders vastgesteld.
2
Procedure verstrekken beschikbaarheidbijdrage
Het Uniform kader BR/REG-25117omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien
van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa.
In artikel 9 van het Uniform Kader wordt een afbouwperiode beschreven in geval van
beëindiging van een beschikbaarheidbijdrage. In het geval dat tot een dergelijke afbouwperiode
wordt overgegaan zal dit bekostigd worden uit het financiële kader van de beschikbaarheidbijdrage
zoals beschreven is in artikel 5 lid 3 sub b.
In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering
staat in dat geval omschreven in deze beleidsregel.
3
Dienst van algemeen belang
Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 5 en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel
zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst
van algemeen belang.
4
Indexering
De bedragen die worden verleend en vastgesteld op basis van deze beleidsregel zijn
op het voorlopige prijspeil 2025. Dat houdt in dat bij de verlening van de beschikbaarheidbijdrage
rekening wordt gehouden met de voorlopige indexen 2025. Bij de vaststelling van de
beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de definitieve indexen 2025.
Voor de indexering wordt de verhouding personeel/materieel aangehouden op dezelfde
voet als de periode tot 2020. Naast een index voor personeel en materieel wordt ook
geïndexeerd voor de demografische groei. De index voor demografische groei wordt berekend
over het totale bedrag van de subsidie.
Aangewezen vormen van zorg
Bij het Besluit heeft de Minister de in artikel 3 van het Besluit genoemde vorm van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan
vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien
van de verstrekking van de BBAZ aan zorgaanbieders vastgesteld.
2
Procedure verstrekken beschikbaarheidbijdrage
Het Uniform kader BR/REG-25117omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien
van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa.
In artikel 9 van het Uniform Kader wordt een afbouwperiode beschreven in geval van
beëindiging van een beschikbaarheidbijdrage. In het geval dat tot een dergelijke afbouwperiode
wordt overgegaan zal dit bekostigd worden uit het financiële kader van de beschikbaarheidbijdrage
zoals beschreven is in artikel 5 lid 3 sub b.
In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering
staat in dat geval omschreven in deze beleidsregel.
3
Dienst van algemeen belang
Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 5 en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel
zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst
van algemeen belang.
4
Indexering
De bedragen die worden verleend en vastgesteld op basis van deze beleidsregel zijn
op het voorlopige prijspeil 2025. Dat houdt in dat bij de verlening van de beschikbaarheidbijdrage
rekening wordt gehouden met de voorlopige indexen 2025. Bij de vaststelling van de
beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de definitieve indexen 2025.
Voor de indexering wordt de verhouding personeel/materieel aangehouden op dezelfde
voet als de periode tot 2020. Naast een index voor personeel en materieel wordt ook
geïndexeerd voor de demografische groei. De index voor demografische groei wordt berekend
over het totale bedrag van de subsidie.