Artikel 1
Begripsbepalingen Geen andere versie om mee te vergelijken [Regeling vervallen per 01-01-2026] In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder: Academische zorg: Het uitvoeren van topreferente zorg, innovatieve zorg en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. De omschrijving van academische zorg is opgenomen in onderdeel B van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (Stb. 2012, 396). Academische zorgomzet: De zorgomzet, inclusief het opleidingsfonds en de beschikbaarheidbijdragen, maar exclusief de beschikbaarheidbijdrage academische zorg, in de enkelvoudige jaarrekening. De werkplaatsfunctie wordt in de academische zorgomzet niet meegenomen. Beschikbaarheidbijdrage: Bijdrage als genoemd in artikel 56a Wmg . BBAZ: Beschikbaarheidbijdrage academische zorg. Besluit: Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van 24 augustus 2012. Bijlage: Bijlage B bij artikel 2 van het Besluit . DIS (dbc-Informatiesysteem): Digitale databank zoals omschreven in de ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’. Gedeelde dbc-zorgproducten: Deze zorgproducten worden geleverd door zowel de ontvangers van de BBAZ als de overige instellingen voor medisch specialistische zorg. De tarieven van deze dbc-zorgproducten zijn gebaseerd op kostengegevens van zowel ontvangers als niet ontvangers van de BBAZ. Het gaat om alle dbc-zorgproducten die niet als unieke dbc-zorgproducten zijn gedefinieerd. De unieke dbc-zorgproducten zijn opgenomen in bijlage 2 van deze beleidsregel. Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. NWO-lijst: Een lijst van kennisinstellingen die door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) zijn opgenomen in de NWO Subsidieregeling 2017 als instelling, waarvan onderzoekers subsidie kunnen aanvragen. Labelscore: Het aantal of het percentage topreferente patiënten voor een bepaald label. Labelsystematiek: De labelsystematiek bestaat uit zeven te onderscheiden patiëntgebonden labels. Per label zijn variabelen bepaald die van toepassing kunnen zijn op een patiënt; valt een patiënt onder een van deze labels, dan is sprake van een topreferente patiënt. Ontvangers: De ontvangers van de bbaz die op basis van de toegangscriteria zoals opgenomen in artikel 5 van de beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2024 recht hebben op een beschikbaarheidbijdrage. Poortspecialisme: Het medisch specialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416). Referentie kostprijs: De landelijk gemiddelde kostprijzen berekend over 2023 van de dbc-zorgproducten die gekoppeld zijn aan deze subtrajecten ge(de)ïndexeerd naar het niveau van het jaar waar de ontvangers zich over dienen te verantwoorden. In de referentie kostprijs zijn de kostprijzen van de huidige ontvangers van de bbaz meegewogen. Topreferente zorg: Zeer specialistische patiëntenzorg die: – gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is; – een infrastructuur vereist waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken; en – is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek. De definitie van topreferente zorg is vastgelegd in de positioneringsnota’s umc’s, alsmede in de Kamerbrief van 12 juli 2019 over de positie en rol van umc’s. Topreferente patiënt: Patiënt die topreferente zorg ontvangt. Ontwikkeling en Innovatie (O&I): Ontwikkeling en Innovatie hebben betrekking op het bedenken, uitproberen, systematisch uittesten en verspreiden van nieuwe behandelingen en vormen van diagnostiek. Het betreft uitsluitend die vormen van ontwikkeling en innovatie die steunen op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Unieke dbc -zorgproducten: Zorgproducten die vrijwel uitsluitend geleverd worden door de huidige ontvangers van de BBAZ. Zorgproducten worden als uniek beschouwd op grond van een van de volgende 5 redenen: (1) als producten voor 95% of meer door BBAZ ontvangers worden uitgevoerd in de periode van 2020 tot en met 2023. (2) producten die geen aantallen kennen maar wel wbmv-vergunningen. In dit geval wordt een product als uniek beschouwd als de BBAZ ontvangers alleen een wbmv-vergunning hebben en andere instellingen niet. (3) Producten die minder dan 30 keer voorkomen in 2023 en bij de voorgaande bepaling van de unieke zorgproducten als uniek beschouwd zijn en (4) Producten die voor tussen de 90% en 95% door BBAZ ontvangers worden uitgevoerd en bij de voorgaande bepaling van de unieke zorgproducten als uniek werden beschouwd op basis van criterium (1). (5) Op inhoudelijke argumenten kunnen de unieke zorgproducten aangepast worden op basis van expert opinie. De producten die we als uniek definiëren voor de bbaz 2025 zijn in bijlage 3 opgenomen. Variabel deel BBAZ: Deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de meerkosten van de behandelde topreferente patiënten dekt. Vast deel BBAZ: Deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten dekt voor het in stand houden van de kennis en infrastructuur voor het continu kunnen leveren van topreferente zorg.