BWBR0049907
Geldig vanaf 2024-07-02
Artikel 5
Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030
1. Een gemeente of provincie doet uiterlijk op 1 oktober 2024 eenmalig een aanvraag voor het verstrekken van een specifieke uitkering voor de gehele uitkeringsperiode, voor de activiteiten genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met i.
2. De gemeenten en provincie bepalen onderling de van toepassing zijnde verdeelsleutel voor de te verstrekken specifieke uitkering per gemeente en provincie, per activiteit genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met i. Indien de minister een besluit neemt over herverdeling van gelden, als bedoeld in artikel 4, derde lid, dan bepalen de gemeenten en provincie opnieuw de hoogte en verdeling van de te verstrekken specifieke uitkering voor de onderdelen a en h.
3. De minister kan voorschotten verlenen tot 100% van de te verstrekken specifieke uitkering aan de gemeente of provincie.
4. De bevoorschotting geschiedt in jaarlijkse termijnen gedurende de uitkeringsperiode, waarbij het bedrag van het jaarlijkse voorschot wordt bepaald overeenkomstig het in de aanvraag door de gemeente of provincie aangegeven kasritme.
5. De betaling van het jaarlijkse voorschot vindt plaats uiterlijk in maart van het desbetreffende kalenderjaar.
6. In afwijking van het vijfde lid vindt de betaling van het voorschot voor 2024 uiterlijk plaats in december 2024.
2. De gemeenten en provincie bepalen onderling de van toepassing zijnde verdeelsleutel voor de te verstrekken specifieke uitkering per gemeente en provincie, per activiteit genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met i. Indien de minister een besluit neemt over herverdeling van gelden, als bedoeld in artikel 4, derde lid, dan bepalen de gemeenten en provincie opnieuw de hoogte en verdeling van de te verstrekken specifieke uitkering voor de onderdelen a en h.
3. De minister kan voorschotten verlenen tot 100% van de te verstrekken specifieke uitkering aan de gemeente of provincie.
4. De bevoorschotting geschiedt in jaarlijkse termijnen gedurende de uitkeringsperiode, waarbij het bedrag van het jaarlijkse voorschot wordt bepaald overeenkomstig het in de aanvraag door de gemeente of provincie aangegeven kasritme.
5. De betaling van het jaarlijkse voorschot vindt plaats uiterlijk in maart van het desbetreffende kalenderjaar.
6. In afwijking van het vijfde lid vindt de betaling van het voorschot voor 2024 uiterlijk plaats in december 2024.