BWBR0049907
Geldig vanaf 2024-07-02
Artikel 12
Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030
1. De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve overeenkomstig de verlening vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, over de uitvoeringsperiode van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, tenzij:
a. Aan het doel waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet volledig is voldaan; of
b. Niet is voldaan aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering in de uitvoeringsperiode niet volledig is besteed aan uitvoeringsactiviteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
a. Aan het doel waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet volledig is voldaan; of
b. Niet is voldaan aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering in de uitvoeringsperiode niet volledig is besteed aan uitvoeringsactiviteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.