BWBR0049907
Geldig vanaf 2024-07-02
Artikel 4
Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030
1. Voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt in totaal voor alle gemeenten en de provincie samen een bedrag van € 1.649.100.000, inclusief BTW, beschikbaar gesteld.
2. Het besteedbare bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt als volgt verdeeld over de activiteiten genoemd in artikel 2, eerste lid, inclusief BTW:
a. € 132,7 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a;
b. € 200 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel b;
c. € 229,5 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel c;
d. € 242 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d;
e. € 93,7 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel e;
f. € 57,2 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel f;
g. € 73 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel g;
h. € 43 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel h;
i. € 59,8 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel i; en
j. € 518,2 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel j.
3. De minister kan besluiten een gedeelte van het besteedbare bedrag voor de activiteiten genoemd in het tweede lid, onderdeel a, toe te kennen aan het besteedbare bedrag voor de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, indien het bedrag voor de activiteiten, genoemd in het tweede lid, onderdeel h, niet volledig toereikend blijkt voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor het is verstrekt. Gemeenten en provincie informeren de minister schriftelijk over de noodzaak hiervan.
4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor btw die verschuldigd is over kosten voor de uitvoering van activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover het bedrag van de btw in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefondsof voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
2. Het besteedbare bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt als volgt verdeeld over de activiteiten genoemd in artikel 2, eerste lid, inclusief BTW:
a. € 132,7 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a;
b. € 200 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel b;
c. € 229,5 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel c;
d. € 242 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d;
e. € 93,7 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel e;
f. € 57,2 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel f;
g. € 73 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel g;
h. € 43 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel h;
i. € 59,8 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel i; en
j. € 518,2 miljoen voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel j.
3. De minister kan besluiten een gedeelte van het besteedbare bedrag voor de activiteiten genoemd in het tweede lid, onderdeel a, toe te kennen aan het besteedbare bedrag voor de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, indien het bedrag voor de activiteiten, genoemd in het tweede lid, onderdeel h, niet volledig toereikend blijkt voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor het is verstrekt. Gemeenten en provincie informeren de minister schriftelijk over de noodzaak hiervan.
4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor btw die verschuldigd is over kosten voor de uitvoering van activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover het bedrag van de btw in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefondsof voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.