BWBR0049755
Geldig vanaf 2024-06-04
Artikel 8
Instellingsbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap
1. De regiegroep is verantwoordelijk voor het tijdig opstellen van een vierjarig programmaplan, passend bij de taken zoals benoemd in artikel 3, waarin de regiegroep haar aanpak voor de periode van 2024 tot en met 2027 beschrijft.
2. Het programmaplan is een plan van de regiegroep ter bevordering van sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027.
3. Het programmaplan beschrijft de doelen en te behalen resultaten en beschrijft hoe de doelen en resultaten bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen uit de in artikel 7aangehaalde ‘Aanpak monitoring en evaluatie van de voortgang op doelen van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid’ en beschrijft hoe de voortgang op het behalen van de doelen uit het programmaplan gemonitord gaat worden.
4. In het totaal van de doelen en resultaten uit het programmaplan worden de volgende aspecten meegenomen:
a. de organisatiestructuur van hogeronderwijsinstellingen en studentenorganisaties;
b. de cultuur binnen hogeronderwijsinstellingen en studentenorganisaties, gericht op het bespreken van gedrag;
c. het systeem van klachtafhandeling en preventie;
d. studenten, promovendi niet in dienst en medewerkers in het hoger beroepsonderwijs, het wetenschappelijk onderwijs en de wetenschap;
e. groepen van mensen die meer risico lopen om te maken te krijgen met situaties waarin ze zich sociaal onveilig voelen;
f. specifieke kenmerken van verschillende vormen van sociale onveiligheid.
2. Het programmaplan is een plan van de regiegroep ter bevordering van sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027.
3. Het programmaplan beschrijft de doelen en te behalen resultaten en beschrijft hoe de doelen en resultaten bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen uit de in artikel 7aangehaalde ‘Aanpak monitoring en evaluatie van de voortgang op doelen van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid’ en beschrijft hoe de voortgang op het behalen van de doelen uit het programmaplan gemonitord gaat worden.
4. In het totaal van de doelen en resultaten uit het programmaplan worden de volgende aspecten meegenomen:
a. de organisatiestructuur van hogeronderwijsinstellingen en studentenorganisaties;
b. de cultuur binnen hogeronderwijsinstellingen en studentenorganisaties, gericht op het bespreken van gedrag;
c. het systeem van klachtafhandeling en preventie;
d. studenten, promovendi niet in dienst en medewerkers in het hoger beroepsonderwijs, het wetenschappelijk onderwijs en de wetenschap;
e. groepen van mensen die meer risico lopen om te maken te krijgen met situaties waarin ze zich sociaal onveilig voelen;
f. specifieke kenmerken van verschillende vormen van sociale onveiligheid.