BWBR0049562
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 6
Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
1. De diensten zijn bevoegd met het oog op toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wiv 2017, tot het met een technisch hulpmiddel aftappen, ontvangen, opnemen en afluisteren van elke vorm van telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk ongeacht waar een en ander zich bevindt, met het uitsluitende doel vast te stellen op welke gegevensstromen een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van die wet, betrekking dient te hebben.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid mag slechts worden uitgeoefend, indien door Onze betrokken Minister daarvoor op een daartoe strekkend verzoek toestemming is verleend aan het hoofd van de dienst. De toestemming wordt verleend voor een periode van ten hoogste een jaar en kan telkens op een daartoe strekkend verzoek worden verlengd voor eenzelfde periode.
3. De artikelen 36en 37 van de Wiv 2017zijn van overeenkomstige toepassing op de door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in het tweede lid. De toetsingscommissie doet van een oordeel, inhoudende rechtmatigheid van een door Onze betrokken Minister verleende toestemming terstond mededeling aan de afdeling toezicht. De mededeling betreft de operatienaam, datum toestemming en datum oordeel. Bij de mededeling kan de toetsingscommissie de afdeling toezicht wijzen op mogelijk voor het toezicht relevante aandachtspunten in verband met de uitvoering van de verleende toestemming.
4. Artikel 26, vijfde lid, van de Wiv 2017blijft buiten toepassing.
5. De artikelen 52en 53 van de Wiv 2017zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de uitvoering van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, waarvoor op grond van het tweede lid toestemming is verleend. Artikel 36 van de Wiv 2017is van overeenkomstige toepassing op een door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in artikel 53, tweede lid, van die wet.
6. Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst wijst bij besluit aan hem ondergeschikte ambtenaren aan die bij uitsluiting van anderen kennis mogen nemen van de ingevolge de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, verworven gegevens ten behoeve van het aldaar vermelde doel. De gegevens worden niet verwerkt voor andere doeleinden. Na een periode van ten hoogste zes maanden worden de desbetreffende gegevens voor zover deze niet bijdragen aan het doel van de verwerking vernietigd. Van de vernietiging wordt aantekening gehouden.
7. De diensten kunnen de gegevens die zijn verworven met de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitsluitend aan een inlichtingen- of veiligheidsdienst van een ander land verstrekken ten behoeve van het in het eerste lid vermelde doel. Artikel 89, tweede lid, van de Wiv 2017is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verstrekking, behoudens een dringende en gewichtige reden niet eerder plaatsvindt dan vijf dagen nadat de afdeling toezicht omtrent de verleende toestemming is geïnformeerd.
8. Onverminderd het bepaalde in dit artikel wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid voor de toepassing van de Wiv 2017als bijzondere bevoegdheid aangemerkt.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid mag slechts worden uitgeoefend, indien door Onze betrokken Minister daarvoor op een daartoe strekkend verzoek toestemming is verleend aan het hoofd van de dienst. De toestemming wordt verleend voor een periode van ten hoogste een jaar en kan telkens op een daartoe strekkend verzoek worden verlengd voor eenzelfde periode.
3. De artikelen 36en 37 van de Wiv 2017zijn van overeenkomstige toepassing op de door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in het tweede lid. De toetsingscommissie doet van een oordeel, inhoudende rechtmatigheid van een door Onze betrokken Minister verleende toestemming terstond mededeling aan de afdeling toezicht. De mededeling betreft de operatienaam, datum toestemming en datum oordeel. Bij de mededeling kan de toetsingscommissie de afdeling toezicht wijzen op mogelijk voor het toezicht relevante aandachtspunten in verband met de uitvoering van de verleende toestemming.
4. Artikel 26, vijfde lid, van de Wiv 2017blijft buiten toepassing.
5. De artikelen 52en 53 van de Wiv 2017zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de uitvoering van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, waarvoor op grond van het tweede lid toestemming is verleend. Artikel 36 van de Wiv 2017is van overeenkomstige toepassing op een door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in artikel 53, tweede lid, van die wet.
6. Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst wijst bij besluit aan hem ondergeschikte ambtenaren aan die bij uitsluiting van anderen kennis mogen nemen van de ingevolge de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, verworven gegevens ten behoeve van het aldaar vermelde doel. De gegevens worden niet verwerkt voor andere doeleinden. Na een periode van ten hoogste zes maanden worden de desbetreffende gegevens voor zover deze niet bijdragen aan het doel van de verwerking vernietigd. Van de vernietiging wordt aantekening gehouden.
7. De diensten kunnen de gegevens die zijn verworven met de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitsluitend aan een inlichtingen- of veiligheidsdienst van een ander land verstrekken ten behoeve van het in het eerste lid vermelde doel. Artikel 89, tweede lid, van de Wiv 2017is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verstrekking, behoudens een dringende en gewichtige reden niet eerder plaatsvindt dan vijf dagen nadat de afdeling toezicht omtrent de verleende toestemming is geïnformeerd.
8. Onverminderd het bepaalde in dit artikel wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid voor de toepassing van de Wiv 2017als bijzondere bevoegdheid aangemerkt.