1. Onze betrokken Minister kan door middel van het indienen van een beroepschrift beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen:
a. een oordeel, de daaraan door de afdeling toezicht verbonden gevolgen dan wel zowel het oordeel als de daaraan door de afdeling toezicht verbonden gevolgen, als bedoeld in artikel 12, vierde lid;
b. een oordeel van de toetsingscommissie als bedoeld in artikel 3, eerste lid;
c. een oordeel van de toetsingscommissie inzake een door Onze betrokken Minister verleende toestemming in een onderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking.
3. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt twee weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie het oordeel schriftelijk aan Onze betrokken Minister heeft medegedeeld.
4. Bij de indiening van het beroepschrift worden de op de zaak betrekking hebbende stukken ter vertrouwelijke kennisneming aan de Afdeling bestuursrechtspraak ter beschikking gesteld. Onze betrokken Minister zendt een afschrift van het beroepschrift en de daarbij meegezonden stukken onverwijld aan de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie.
5. Behoudens gevallen als bedoeld in het negende lid, stelt de Afdeling bestuursrechtspraak de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. De termijn voor het indienen van een verweerschrift bedraagt twee weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het beroepschrift is ingediend.
6. Bij indiening van het verweerschrift kunnen op de zaak betrekking hebbende stukken die niet reeds op grond van het vierde lid zijn verstrekt, ter vertrouwelijke kennisneming aan de Afdeling bestuursrechtspraak ter beschikking worden gesteld. De afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie zendt Onze betrokken Minister onverwijld een afschrift van het verweerschrift en de bijgevoegde stukken.
7. Op een daartoe strekkend verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt, binnen een daarbij te stellen termijn, door Onze betrokken Minister, de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie alle door de Afdeling bestuursrechtspraak relevante geachte inlichtingen, mondeling dan wel schriftelijk, ter vertrouwelijke kennisneming verstrekt. Een zakelijke weergave van de mondelinge inlichtingen dan wel een afschrift van de schriftelijke inlichtingen wordt door Onze betrokken Minister, de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie verstrekt aan respectievelijk de afdeling toezicht of de toetsingscommissie dan wel aan Onze betrokken Minister.
8. Na indiening van het verweerschrift, dan wel na het verstrijken van de termijn daarvoor, worden Onze betrokken Minister en de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie zo spoedig mogelijk uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting te verschijnen. De uitnodiging wordt uiterlijk 24 uur voor de zitting verstuurd.
9. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, kan de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doen zonder toepassing van het achtste lid.
10. De Afdeling bestuursrechtspraak kan deskundigen benoemen. De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard en door de Afdeling bestuursrechtspraak wordt opgeroepen, is verplicht aan de oproeping gevolg te geven en zijn opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen. In de oproeping worden de opdracht die moet worden vervuld, de plaats en het tijdstip waarop de opdracht moet worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet verschijnen vermeld. Naam en woonplaats van de opgeroepen deskundige en de feiten waarop het horen betrekking zal hebben onderscheidenlijk de opdracht die moet worden vervuld, worden bij de uitnodiging, bedoeld in het achtste lid, aan partijen zoveel mogelijk medegedeeld.
11. De behandeling van de zaak heeft plaats met gesloten deuren.
12. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak kan een persoon, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundig lid toevoegen aan de meervoudige kamer die het beroep behandelt.
13. De Afdeling bestuursrechtspraak kan een tussenuitspraak doen en kan daarbij zo nodig een voorlopige voorziening treffen. In dat geval bepaalt zij wanneer de voorlopige voorziening vervalt.
14. De Afdeling bestuursrechtspraak doet zo spoedig mogelijk uitspraak.
15. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is gemotiveerd en strekt tot gehele of gedeeltelijke:
a. onbevoegdverklaring van de Afdeling bestuursrechtspraak;
b. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep;
c. ongegrondverklaring van het beroep;
d. gegrondverklaring van het beroep.
16. Indien de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep gegrond verklaart, vernietigt zij het bestreden oordeel geheel of gedeeltelijk. De vernietiging van een oordeel of een gedeelte van een oordeel brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte daarvan mee.
17. De Afdeling bestuursrechtspraak kan:
a. bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde oordeel of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven;
b. bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde oordeel of het vernietigde gedeelte daarvan; of
c. een voorlopige voorziening treffen.
18. In afwijking van
artikel 36, derde lid, van de Wiv 2017, kan de Afdeling bestuursrechtspraak bij toepassing van het zeventiende lid, onder b, bepalen dat de door Onze betrokken Minister verleende toestemming rechtmatig is verleend. De toestemming van Onze betrokken Minister herleeft alsdan van rechtswege met terugwerkende kracht.
19. De Afdeling bestuursrechtspraak kan, indien toepassing van het zeventiende lid niet mogelijk is, de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie opdragen een nieuw oordeel uit te brengen of een andere handeling te verrichten met inachtneming van haar aanwijzingen. Daarbij kan zij:
a. bepalen dat wettelijke voorschriften over de voorbereiding van het nieuwe oordeel of de andere handeling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven;
b. de afdeling toezicht dan wel de toetsingscommissie een termijn stellen voor het uitbrengen van een nieuw oordeel of het verrichten van de andere handeling.
20. De Afdeling bestuursrechtspraak zendt de uitspraak in afschrift aan Onze betrokken Ministers, de afdeling toezicht en de toetsingscommissie.
21. De Afdeling bestuursrechtspraak maakt de uitspraak openbaar. In de openbaar gemaakte uitspraak blijven gegevens als bedoeld in
artikel 12, derde lid, van de Wiv 2017, achterwege.
22. Eenieder die betrokken is bij de behandeling van het beroep is verplicht tot geheimhouding.
23. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt een procesreglement vast voor de behandeling van het beroep, bedoeld in dit artikel, en van het verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 14.