BWBR0039896
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 12
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
1. Onze betrokken Ministers brengen jaarlijks voor 1 mei gelijktijdig aan beide kamers der Staten-Generaal een openbaar verslag uit van de wijze waarop de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst hun taken in het afgelopen kalenderjaar hebben verricht.
2. In het verslag wordt in ieder geval volledig overzicht gegeven van:
a. de aandachtsgebieden waarop de dienst zijn activiteiten in het afgelopen jaar heeft gericht;
b. de aandachtsgebieden waarop de dienst zijn activiteiten in het lopende jaar in ieder geval zal richten.
3. In het openbare jaarverslag blijft vermelding achterwege van in ieder geval de gegevens die zicht geven op:
a. door de dienst aangewende middelen in concrete aangelegenheden;
b. door de dienst aangewende geheime bronnen;
c. het actuele kennisniveau van de dienst.
4. Onze betrokken Minister kan de gegevens, bedoeld in het derde lid, vertrouwelijk meedelen aan een of beide kamers der Staten-Generaal.
5. Onverminderd de verplichting, bedoeld in het eerste lid, informeren Onze betrokken Ministers uit eigen beweging beide kamers der Staten-Generaal, indien daartoe aanleiding bestaat. Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het verslag wordt in ieder geval volledig overzicht gegeven van:
a. de aandachtsgebieden waarop de dienst zijn activiteiten in het afgelopen jaar heeft gericht;
b. de aandachtsgebieden waarop de dienst zijn activiteiten in het lopende jaar in ieder geval zal richten.
3. In het openbare jaarverslag blijft vermelding achterwege van in ieder geval de gegevens die zicht geven op:
a. door de dienst aangewende middelen in concrete aangelegenheden;
b. door de dienst aangewende geheime bronnen;
c. het actuele kennisniveau van de dienst.
4. Onze betrokken Minister kan de gegevens, bedoeld in het derde lid, vertrouwelijk meedelen aan een of beide kamers der Staten-Generaal.
5. Onverminderd de verplichting, bedoeld in het eerste lid, informeren Onze betrokken Ministers uit eigen beweging beide kamers der Staten-Generaal, indien daartoe aanleiding bestaat. Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.